Dokkum toen en nu: Trekschuit

De historische binnenstad van Dokkum kent tal van bijzondere plekjes met een goed verhaal. Zowel binnen als buiten de binnenstad zijn de afgelopen jaren gebouwen gesloopt, opgeknapt of nieuwgebouwd. In-Dokkum.nl duikt in de rubriek ‘Dokkum toen en nu’ de geschiedenis in. Waarom heeft een straatnaam die naam gekregen? En wat stond er vroeger op de plek van wat er nu staat? In deze editie: De Trekschuit, een belangrijk vervoersmiddel in de vroegere jaren en nu een toeristische attractie voor Dokkum. 

Vervoersmiddel
Niet alleen goederenverkeer, maar ook het personenverkeer vond vroeger veelal plaats over het water. Er werd veel gebruik gemaakt van de trekschuit, een schip getrokken door paarden via jaagpaden langs de Grachten. Dokkum lag aan een internationale verbindingsweg: via Leeuwarden naar Amsterdam of via Groningen naar Duitsland. De trekschuit is van ongeveer 1650 tot 1900 het belangrijkste vervoersmiddel geweest. In Dokkum herinneren het vroegere het vroegere Kollumer veerhuis bij de Woudpoort, de restanten van het jaagpad langs de Dokkumer Ee en de Strobossertrekvaart nog aan de tijd van de trekschuit. Het oude Jaachpaad van de Nieuwe Dokkumer Zijlen, via Dokkum en Bartelehiem naar Leeuwarden is nog vrijwel volledig intact en doet dienst als toeristisch fietspad. De trekschuit kreeg in de loop van de 19e eeuw concurrentie van de paardentram. Dokkum had in 1880 zelfs de primeur van dit vervoermiddel in Fryslân. De paardentram heeft tot 1926 dienstgedaan. Toen kwam de stoomtram. Op 17 februari 1947 kwam er definitief een einde aan de tramverbinding. Deze werd uiteindelijk vervangen door de steeds meer opkomende motorrijtuigen

Trekvaart naar Stroobos
Een trekvaart is een waterweg met een jaagpad. De trekschuit werd met behulp van een jaaglijn in de vaart voortgetrokken door een paard. In 1646kreeg Dokkum octrooi van de Friese Staten voor de aanpassing van de Dokkumer Ee naar Leeuwarden tot trekvaart. Zo voeren al in de zomer van 1647 de eerste trekschuiten tussen Dokkum en Leeuwarden. De volgende stap was de aanleg van een geheel nieuw te graven trekvaart richting Kollum. Deze zou daar aansluiten op de vaart van Kollum naar Stroobos, die al in 1508 was gegraven. Op deze manier zou een trekvaartverbinding tot stand kunnen worden gebracht tot de grens met “Groningerland”. Om middelen voor de trekvaart naar Stroobos vrij te maken, verkocht Dokkum in 1654 de helft van de trekvaart naar Leeuwarden aan de stad Harlingen, de hofmeester van de stadhouder en de secretaris van Gedeputeerde Staten. Dokkum ondervond hierbij tegenwerking. De steden Groningen en Leeuwarden en ook de schippers hadden namelijk een voorkeur voor het korter traject tussen Leeuwarden en Groningen via Burgum. Dokkum kreeg de steun van de stadhouder, de Staten van Friesland en van Harlingen. In 1654 kreeg Dokkum toestemming van de Staten tot aanleg van de trekvaart. Op 6 juni 1654 ging de eerste schop de grond in en op 6 jul 1656 was de trekvaart klaar.

Tijden en kosten
Men vertrok op vaste tijden vanuit Dokkum. Als onderweg een boer meewilde, kon dit. Hij liet zich dan met een bootje naar de kant van de trekschuit komen en klauterde naar binnen. De vracht voor één persoon van Dokkum naar Leeuwarden was acht stuivers. De rit naar Harlingen was 17 stuivers per persoon. Elke stad had zijn eigen paarden ter beschikking en leende of verhuurde die aan veerschippers. Dit waren paarden van redelijke kwaliteit, in tegenstelling tot de magere scharminkels die door de scheepsjagers in het vrije bedrijf werden gebruikt. Het paard was getuigd met een trekhout: een dwarshout achter het zadel, waaraan een lijn vlug belegd kon worden.

De herinnering
In Dokkum vaart sinds 1984 de enige trekschuit in Nederland, naar origineel model. Deze trekschuit is in 1980 gebouwd in opdracht van de stichting Stamboek Ronde- en Platbodemjachten. Het schip kan worden gereserveerd van april t/m oktober en is af te huren voor gezelschappen tot 24 personen. Er is een vaste vaarroute door Dokkum van een uur lang en er zijn ook vaartochten naar Kollum, Dokkumer Nieuwe Zijlen en Burdaard georganiseerd. Op dinsdag-, donderdag-, of zaterdagmiddag vaart de Trekschuit met de reguliere rondvaart en kan er om 14.00 uur worden opgestapt. De afvaart is bij Museum Dokkum aan de Diepswal 27. Aan boord zijn altijd de schipper en een opstapper. De opstapper vervult ook de rol van gids en kan onderweg veel vertellen over de trekschuit en de omgeving. Het schip, genaamd “de herinnering” was aanvankelijk eigendom van het Scheepvaartmuseum te Amsterdam, maar omdat deze niet in de collectie van het museum paste en omdat varen op het IJ te gevaarlijk was, is deze in Dokkum in de vaart gebracht. Het schip is ongeveer 12 meter lang en 2,80 meter breed. De ingang deelt het schip in een compartiment voor de tweede klas met ongeveer twintig zitplaatsen en een compartiment voor de eerste klas met ongeveer tien zitplaatsen.

Hoofdfoto van flickr en bijfoto van Historisch Vereniging Noordoost Friesland. Tekst verkregen via de Sneuper.

Tennisclub Dokkum: Senioren helpen Senioren

Bij verenigingen en stichtingen zijn achter de schermen vaak vele vrijwilligers actief betrokken. In-Dokkum gaat in deze nieuwe rubriek op zoek naar achtergrondverhalen van verenigingen én de mensen die actief zijn binnen die vereniging. Soms als drijvende kracht, soms als helpende hand. Deze week een gesprek met Jan Huberts, bestuurslid van Tennisclub Dokkum. 

Actie
Tennisclub Dokkum, gevestigd in het Harddraverspark, heeft een grote groep actieve 55-plussers. Tot op hoge leeftijd wordt er gespeeld, ieder op zijn eigen niveau uiteraard. Tennis is een leuke manier van bewegen en bewegen is belangrijk, zeker in deze Coronatijden. Stevig doorwandelen is ook prima, maar je vaste rondje kan gaan vervelen en wandelen mist het spelelement. Bij tennis speel je een balspelletje, meer of minder competitief en ondertussen beweeg je, zo’n 3000/4000 stappen per uur, een kleine 3 kilometer. TC Dokkum wil het tennis voor 55-plussers promoten en biedt een aantrekkelijk kennismakingspakket van acht gratis lessen. “Maandag 12 april 2021 is de tennisclub begonnen met deze actie Senioren helpen Senioren en nieuwe aanmeldingen zijn nog steeds van harte welkom”, vertelt Jan Huberts enthousiast.

Kennismakingspakket
Na opgave word je gekoppeld aan een buddy, een 55-plusser die al langer tennist. Samen zoek je naar een tijd en ga je een uurtje spelen, het liefst overdag en twee keer per week. Het is geen officiële les, dat kan overigens ook, maar een laagdrempelige kennismaking met het racket, de bal en de baan. Eenieder is welkom, ervaring is niet vereist. Voor rackets en ballen wordt gezorgd, sportkledij is voldoende. Sportschoenen of sneakers zijn prima. Na die acht keer stroom je door naar de toss/oefengroepen op dinsdag-, woensdag- en donderdagochtend of je gaat met een vriend of groepje zelfstandig tennissen. Als het bevalt word je lid van de TCD en vind je tennis niet leuk dan heb je het geprobeerd.

Experts
Naast Jan Huberts zijn er nog drie andere tennissers met hun eigen verhaal. Arendine Brandsma is vitaliteitscoach en leefstijlcoach bij de hartrevalidatie. Zij zegt: “Een vitaal leven betekent voor iedereen wat anders. Bewegen is als het level zelf, alles is in beweging. De kunst is met die beweging mee te gaan, te luisteren naar de natuurlijke behoefte om te bewegen. De voordelen van beweging is dat je fitter bent, je meer energie hebt, je beter slaapt, je opgeruimder bent en je houdt je spieren in vorm, je botten sterk en je geeft je immuunsysteem een oppepper! Rustig wandelen en fietsen is ook beweging, maar daar bouw je geen conditie mee op. Bij de inspanning moet je ook een beetje buiten adem raken en een beetje zweten. Tennis is dan een mooie manier van inspannen.” Jan Koopal voetbalt al zijn hele leven. Sinds de coronamaatregelen vanaf vorig jaar is zijn leven veranderd. Hij werkt thuis en het voetbal, net zoals de alle teamsporten, ligt stil. Wandelen doet hij veel, maar hij miste het wedstrijd-, het competitieve element. Dat vond hij op de tennisbaan. Tweemaal per week is hij nu op de tennisbaan te vinden en speelt fanatiek een partijtje met zijn maten. Hierdoor blijft Jan fit en vitaal! “Bewegen is gezond, dat weten we inmiddels allemaal”, zegt Willem Bodde, fysiotherapeut. Regelmatig matige intensieve lichaamsbeweging gaat gepaard met sterkere botten, een lager risico op overgewicht, diabetes en hart-en vaatziekten. Onderzoek wijst uit dat tennis een gezonde keuze is, ook omdat je tennis een leven lang kunt beoefenen. Tennis is weinig blessuregevoelig en kan op ieder niveau gespeeld worden. Naast de fysieke voordelen is tennis goed voor de geest: het houd je scherp, verbetert je stemming, is stress verminderend en vergeet niet het sociale aspect. Je staat lekker buiten met zijn vieren op de baan en daarna drink je koffie met elkaar. Zodra het weer mag in de gezellig kantine natuurlijk.

Sociaal
“Voor iedereen is het sociale aspect echt heel belangrijk. Daarom hebben we dit ook opgezet. Ik dacht er al een tijdje over na en door de Corona is het in werking gekomen. In deze tijden zijn ouderen vaak nog eenzamer en krijgen ze ook niet genoeg beweging. Tennis is dan een goede uitkomst waarbij ze en de nodige beweging krijgen, maar ook lekker koffie kunnen drinken met de andere spelers en een praatje kunnen maken”, legt Jan Huberts uit. Er zijn rond de 12 trainers op dit moment en er zijn ongeveer 13 leden aangesloten bij Senioren helpen Senioren. Opgeven kan nog steeds via seniorenhelpensenioren@tcdokkum.nl onder vermelding van naam, leeftijd, telefoonnummer en mate van ervaring. Voor vragen kan er ook gemaild worden of gebeld worden naar Jan Huberts: 0644634113 of naar Adri Anker: 0615434049.

Dokkumer Vragenuurtje: Ubel Schipper

In het Dokkumer vragenuurtje ‘ondervragen’ we regelmatig een bekende of minder bekende Dokkumer het hemd van het lijf. In deze editie: Ubel Schipper.

Wie ben je en wat doe je?
Ik ben Ubel Schipper, ben getrouwd met Marin en samen hebben we twee dochters. Ik ben tandtechnieker van beroep.

Wat heb je met Dokkum?
Ik ben hier geboren en getogen en heb mijn vrienden en familie hier.

Het mooiste plekje van Dokkum is?
Er zijn veel mooie plekjes in Dokkum. Maar als ik moet kiezen kies ik voor de bolwerken. Ik ben opgegroeid aan het Oosterbolwerk. Het uitzicht over het water, met in de zomer de bootjes en in de winter met sneeuw of ijs. Het ziet er altijd prachtig uit.

Welk plekje in Dokkum moet direct worden aangepakt om de stad mooier te maken?
De achterkant van het voormalig “Prins” terrein. De kant van het water dus. Het is bepaald niet een ”visitekaartje” van Dokkum voor de toeristen die hier met hun boot komen.

Maak de volgende zinnen af:
Parkeren in Dokkum is… Volgens mij prima, maar ik ga vaak op de fiets naar de stad.

Dokkum is over tien jaar… Tsja, de binnenstad zal nog mooier zijn, door de authentieke renovatie van gevels of nieuwbouw in de oude stijl. Dit doen de ondernemers goed!

Buiten de bolwerken heb ik er mijn twijfels over, als ik kijk naar het snoei- en kap beleid van onze gemeente; dat wordt een kale/ kille bedoeling. We krijgen er in Dokkum waarschijnlijk ook een paar bruggen bij. Dan hoop ik wel dat ze mooier zijn dan de stalen boogbrug over de Wâldfeart bij de Birdaarderstraatweg.

De nieuwe markt is…. Prima zo, geschikt voor evenementen en marktjes. Al zou er van mij nog wel meer groen te zien mogen zijn.

En dan de persoonlijke vragen, speciaal voor jou:

Waarom ben je met Schipper tandtechniek begonnen?
Ik ben op 19-jarige leeftijd in dit vak aan het werk gegaan. Door de jaren groeide het gevoel om voor mijzelf te beginnen. Dit heb ik in 2019 dan ook gedaan.

Wilde je altijd al iets in de tandheelkunde gaan doen?
Nee eigenlijk niet, ik heb MBO-werktuigbouw gedaan; iets heel anders. Maar wist niet wat ik wilde tot dit toevallig op mijn pad kwam.

Wat doen jullie allemaal bij het bedrijf?
Het maken van nieuwe gebitsprotheses is de hoofdzaak maar ook voor reparaties aan hun gebit kunnen mensen bij mij terecht; dit doe ik zelf. Ook kunnen mensen bij mij terecht voor het maken van bleekmallen en gebitsbeschermers en dergelijke. Als er naar klanten gereden moet worden om iets te halen of te brengen doet mijn vader dit vaak.

Wat vind je het leukste aan dit werk?
Het creatief bezig zijn vind ik het fijn, het kan soms een hele uitdaging zijn om de juiste balans te vinden tussen esthetiek en functionaliteit. Het is mooi om het resultaat dan te mogen zien en dat de klant tevreden is.

Is er ook iets wat je minder leuk vindt?
Jazeker… de administratie.

Hoe ziet een gemiddelde werkdag er voor je uit?
Nadat ik mijn kinderen naar school heb gebracht worden meestal de spoedklusjes bij de tandartsen opgehaald omdat die voor 14.00 diezelfde dag klaar moeten zijn. Daarna begin ik met het reguliere werk om de protheses te kunnen maken.

Heb je ook wensen/dromen voor de toekomst?
Ik werk nu bij mij aan huis, wat ideaal is met jong kinderen. In de toekomst zou ik mijn werk ergens anders in Dokkum willen doen.

Wat doe je graag in je vrije tijd?
In mijn vrije tijd bezoek ik graag vrienden, ga ik graag kitesurfen of sporten.

Wat maakt je gelukkig?
Als ik zie dat mijn kinderen plezier hebben, dan word ik gelukkig.

Keuzevragen:
Nieuws uit de krant of online? Online.

In de auto of op de fiets? Het liefst op de fiets.

Online shoppen of de stad in? In de Stad! Als we winkels in onze stad willen hebben, moeten we daar ook shoppen.

Om af te sluiten:
Heb je suggesties voor mensen die je in het Dokkumer vragenuurtje wilt zien?
Martin van Dijk.

Dokkum toen en nu: Het Stadhuis

De historische binnenstad van Dokkum kent tal van bijzondere plekjes met een goed verhaal. Zowel binnen als buiten de binnenstad zijn de afgelopen jaren gebouwen gesloopt, opgeknapt of nieuwgebouwd. In-Dokkum.nl duikt in de rubriek ‘Dokkum toen en nu’ de geschiedenis in. Waarom heeft een straatnaam die naam gekregen? En wat stond er vroeger op de plek van wat er nu staat? In deze editie: Het Stadhuis van Dokkum, vroeger het Mockema Blauhuis. 

Het Mockema Blauhuis
Het Mockema Blauhuis was waarschijnlijk een zaalstins die al in de zestiende eeuw werd afgebroken. Dokkum was de meest verkoperste stad van heel Friesland. Dit betekende dat de bestuurlijke functies al snel in de handen kwamen van de burgers. De oude grond bezittende adel had weinig meer in te brengen in het bestuur van de stad en verliet de stadshuizen. Het Mockema Blauhuis had een leien gedekte kap, het was aan de breedte van de Zijl gebouwd en er was een zaal die ongeveer tweederde van de oppervlakte besloeg en daarnaast ook een klein vertrek had. Het huis has een scheidingswand. Aan één of beide zijden van deze wand was de stookplaats aangebracht. Deze wand is bepalend gebleven voor de asymmetrische indeling van het stadhuis door de eeuwen heen. Het Mockemahuis was gebouwd door metselaar en steenhouwer Jacob Lous ut Harlingen. Het stadhuis is op de fundamenten van het Mockemahuis gebouwd.

Van Mockemahuis naar Stadhuis 
Op 3 september 1607 besloot het stadsbestuur van Dokkum tot de bouw van het stadhuis. Het Mockemahuis werd grondig verbouwd tot stadhuis. Het stadhuis dat tussen 1607 en 1610 gebouwd werd, werd asymmetrisch. Net naast het midden kwam de ingang en de grote gevelsteen werd gemaakt van natuursteen. Boven op de toren stond een achtkante lantaarnspits en een windvaan in de vorm van een schip. In 1717 werd deze vervangen door een grotere. Hierdoor kwam er plaats voor een klokkenkoepel. Op donderdag 29 november 1610 werd het stadhuis in gebruik genomen. In het midden van de 18e eeuw werd het stadhuis te klein dus werd er in 1756 door de burgemeester besloten om het naast het stadhuis gelegen pand te kopen. Dit werd tussen 1761 en 1762 zo gebouwd dat de vloeren op de verdiepingen aansloten met die van het stadhuis. Ook werd zo het dak op dezelfde hoogte verplaatst.

Grote verbouwing en schilderijen
In 1835 vond er nog een grote verbouwing plaats. Al het maniëristiche verdween en daarvoor in de plaats kwam de classicistische bouwstijl. Het maniërisme of de late renaissance is de stijl die volgde op de hoog renaissance. Deze stijl komt alleen nog terug in de Groene Kamer met een schouw. Het classicisme is een beweging die tussen 1640 en 1720 een terugkeer naar de klassieke Griekse en Romeinse voorbeelden voorstond. De rolgevel werd vervangen door een fronton met het door Jacob Lous gemaakte beeld van vrouw Justitia. De schilderijen uit 1763 van Daniël Reynes zijn in de raadzaal geplaatst in een grenenhouten betimmering. Het eerste schilderij verbeeldt de geschiedenis, de schilderkunst, de oudheid en de oceaan, de altijd een gevaar voor Dokkum is geweest. Het tweede schilderij laat de opkomst van het christelijk geloof zien. Het derde schilderij toont de oorlogen, waaronder de overwinning op de Spaanse bezetter. Ook is er afgebeeld hoe Dokkum protestants werd. Het laatste schilderij laat de bloei van Dokkum zien. Ook zijn er schilderijen van onder andere Burmania. De schilderijen beelden vooral de roem en dapperheid van de Dokkumers uit.

Het gemeentehuis
In het hart van Dokkum, op de Zijl, de vroegere zeesluis, staat nu het stadhuis van Dokkum. Het stadhuis is sinds 1984 het gemeentehuis van Noardeast-Fryslân. Tegenwoordig wordt er niet meer vergaderd in de burgemeester- en de wethouderskamer. Dit gebeurt in de naastgelegen gebouwen en in de Koningstraat.

Info verkregen via www.dokkum.nl en www.stinseninfriesland.nl. Foto’s van Rijksmonumenten en www.friesland.nl.

 

JE MUTTE MAR HOARE WY’T UT SEIT: HEPPY STOONS

We fine wat út in koroanatyd, want we ferfele oans doad thús. Ik hew allenug noait in ’e gaten had dat se hur in de gemeenteraad ok su ferfele, want tot myn stomme ferbazing wille goën raadsleden dat Noardoast-Frysland stiennen besikbaar stelt foar de laaste weareldwide raazje: heppy stoons, frij fertaald “gellukuge stiennen”. Overal in oans stadsje ligge se en Dokkum het er selfs ut Jeugdsjoernaal al met haald: kleuruge en froaluke styntsjes met of sonder opbeurende teksten en spreuken. Ast se fynst, kinst se metnimme en un ander der blyd met make (of self houwe?).

Kynders binne der gek op en soeke overal wat achter, mar folwassenen ok begryp ik nou, want Manon van der Meij-Baron van S!N het er selfs un moaty over indiënd in de altyd bezuge raad fan oans moaie gemeente. Even dòcht ik an un goeie 1-april-grap, (want wêr waren dy in koroanatyd?) of was ut dat wel…? Ik dòcht ok terug an ut moment dat wij op un werkfergadering moesten overlêge over hoefeul natte washandsjes we metnimme suden op ut skoalreiske: dy dag is der wat in mij knapt en binnen dry maanden werkte ik ergens anders; ik was toen wel un bitsje klaar met de ‘natte-washandsjes-kultuer’ in ut basusonderwys. Bij burgemeester Kramer dòcht ik ok even su’n soart reaksy te siën, mar hij war fanself wel slim genoëg om dat nyt lúdop te sêgen, want foar je ut wete hewwe jou un “my-toe” an de broek! Dy man is stiengoëd en sei met un stienen gesicht: “Mut dat nou echt?” In de lanneluke polityk siën we dat de Staat ut gewoane folk nyt mear begrypt en andersom. Of wilde Manon met haar moaty antoane dat sij as plattelandspolitika wèl dicht bij de simpele burger staat?

Okee toegeven, wij hadden ok un heppy stoon bij de deur liggen en ik war mar wat blyd dat twee kleine meiskes twee weken leden bij oans anbelden en froegen: “Meneer, die mooie happy stone die daar ligt, mogen wij die ook ècht meenemen?” Want kynders onder de tyn jaar in oans stadsje prate fansels gyn Dokkumers. Ik in myn bêste Nederlâns útlêge dat ut folgens de regels (wy het dy regels eigenluk bedòcht?) falself wel mòcht, mar dat un goeie fryndin disse steen spesjaal foar oans bla, bla, bla… Se snapten ut wel en met un “Het is ook een hele mooie…” fertrokken se gelukkug wear, mar toen ik gister thúskwam, war oans heppy stoon wel moai fertrokken: fut! Weg stoon.

Manon het gelyk: de gemeente mut stiennen beskikbaar stelle, sudat kynders (en ik slút sommuge folwassenen en selfs raadsleden nyt út) fan de stiennen wêr’t anderen wiis met binne, afblive kinne. Hannen af fan alle moais in Dokkum!

Mar selfs in Dokkum stoat un ezel him gyn twee kear an deselfde stien, dus ik siën su’n tweede moaty der nyt fan kommen. Ik sú self gyn stien op de andere late, mar ja, ik sit nyt in de raad…

Je mutte dus mar hoare wy’t ut seit. Ut wurdt tyd dat wij wear gewoan doën kinne en oans echt druk make over hoe wij befoarbeeld disse krisus te boven komme en hoe’t wij dêr allegaar oans stientsje an bijdrage kinne. De prik der in en dan stientsje foar stientsje alles wear opbouwe.

Nòg wel even dit:

Hij (of sij natuerluk!) dy’t sonder sonden is, werpe de earste stien sú ik sêge, mar wij wille noch wel graag even wete wy’t oans heppy stoon metnommen het, want dêr bale wij behoarluk fan! De onderste stien sil boven komme om oans heppy stoon terug te krijen… Ok namens myn frou.

NOTA BENE: disse stukjes en kollumns binne bedoëld om reaksys op te roepen en krijen, mar wel in ut Dokkumers! Dus skryf su as’t praatst en reagear, mar wel it oans stadstaaltsje graag! Aksy geeft reaksy. Kyk ok us op: www.dokkumers.nl

Warner B. Banga
Namens Ut Genoatskap foar ut gebrúk fan ut Dokkumers

Stichting Welzijn Het Bolwerk

Bij verenigingen en stichtingen zijn achter de schermen vaak vele vrijwilligers actief betrokken. In-Dokkum gaat in deze nieuwe rubriek op zoek naar achtergrondverhalen van verenigingen én de mensen die actief zijn binnen die vereniging. Soms als drijvende kracht, soms als helpende hand. Deze week een gesprek met Eelke Nutma, directeur bij Stichting Welzijn Het Bolwerk.

Van Stichting Welzijn Ouderen Dongeradeel naar Stichting Welzijn Het Bolwerk
‘We zijn ergens in de jaren tachtig begonnen, dus we bestaan al heel lang. We zaten toen nog in het gebouw Het Bolwerk en onze naam was Stichting Welzijn Ouderen Dongeradeel. Vroeger was dat gebouw het kerkelijk bijgebouw van de gereformeerde gemeente uit Dokkum”, vertelt Eelke Nutma. Het motto van de stichting is: ferbynt en beweecht minsken. Ze werken in Noardeast-Fryslân en Dantumadiel. De mienskipwurkers bieden actief ondersteuning bij het realiseren van ideeën en plannen in de dorpen en wijken. Ze adviseren en verbinden. “We worden door de gemeente betaald om dingen te doen voor mensen die hulpvragen hebben waar ze zelf niet mee uit de vingers komen. Dat was eerst voornamelijk voor ouderen en later kwam de Tille erbij, dus toen gingen we ons ook op jongerenwerk richten. Die zijn uiteindelijk gefuseerd tot wat nu Het Bolwerk heet. En daarna is het ouderenwerk van Dantumadeel er ook bij gekomen”, legt Eelke Nutma uit.

Activiteiten
Bij de stichting wordt er van alles gedaan. “We spreken altijd met de gemeente af wat de opdracht is. We doen nu aan opbouwwerk in de dorpen en steden in beide gemeenten. We hebben ook nog steeds jongerenwerk en we helpen mantelzorgers die extra hulp nodig hebben om dingen voor elkaar te krijgen of lotgenotencontact willen hebben. Dit doen we dan via mantelzorgcafé’s. Verder organiseren we Alzheimercafé’s met andere partijen erbij, maar we helpen bijvoorbeeld ook mensen die hulp nodig hebben met formulieren. Dit noemen we de formulierenbrigade en dit zijn vrijwilligers die mensen helpen met het invullen. Daarnaast zijn er vrijwilligers die mensen willen opzoeken en een maatje kunnen worden en dat is ook een manier waarop wij mensen aan elkaar verbinden om bijvoorbeeld gezellige dingen te doen”, vertelt Eelke enthousiast.

Vrijwilligers en leerbedrijf
De organisatie bestaat uit tien mienskipwurkers en ongeveer 200 vrijwilligers die er aan de slag zijn met van alles en nog wat. “We hebben ook een vrijwilligerssteunpunt voor mensen die vrijwilligerswerk willen doen, maar zelf niet weten wat ze willen. Wij helpen ze dan via digitale zoekmachines om vrijwilligerswerk te vinden. En als iemand er zelf niet uit kan komen, kan diegene ook op gesprek komen om te kijken wat de mogelijkheden zijn en wat het beste bij iemand past. Dit geldt voor alle leeftijden, dus je hoeft er niet specifiek 65 plus voor te zijn”, benadrukt Eelke. De stichting is ook een SBB erkend leerbedrijf en dit betekent dat ze aan alle voorwaarden voldoen om leerlingen een volwaardige leerwerkplek te bieden. “Wij hebben stagiaires van het MBO en HBO en afhankelijk van de studie helpen zij één of twee dagen per week. In Bolwerk Noord is een buurtkamer, een inloop voor mensen die wat gezelligheid willen opzoeken of het moeilijk vinden om met mensen in contact te komen. Daar kan je gewoon heen gaan en dan kom je steeds verder door te praten”, vertelt Eelke Nutma.

Doelen en corona
“Wij willen dat mensen hun pad kunnen vinden in de maatschappij door mee te doen aan de dingen die ze graag willen doen. Dat klinkt heel simpel, maar het is voor veel mensen best wel ingewikkeld. Wij proberen een keten van steun te versterken zodat mensen zelf weer hun eigen pad kunnen vinden. Dat is in feite wat wij graag willen, dat mensen een stukje plezier terugkrijgen in hun leven”, vertelt Eelke Nutma. Door corona konden veel fysieke activiteiten niet doorgaan. Vorig jaar werden er elke maand cafés en bijeenkomsten gehouden. Ze zijn toen begonnen met het bellen van mensen en er waren ongeveer dertig vrijwilligers die hielpen met deze belronde. Zo konden ze toch nog vragen hoe het met de mensen ging en of ze ook ergens mee zaten of tegenaan liepen. “We hebben in beide gemeenten zo’n 1100 mensen aan de telefoon gehad en dan zijn er mensen die niet meer gebeld hoeven worden of mensen die wel extra hulp nodig hebben. Toen hebben we met verschillende thuiszorgorganisaties samengewerkt en flyers rondgebracht om te kijken of er mensen graag gebeld wilden worden”, vertelt Eelke.

Jongerenwerk en Bibliotheek
“Voor jongeren van 5/6 tot 25/25 jaar organiseren we leuke dingen. Dan hebben we fundagen en na die bijeenkomsten komen er ook vanzelf andere onderwerpen ter sprake. Dat jongerenwerk doen we niet alleen waar jongeren rondhangen, maar dat doen we ook op scholen. We komen regelmatig langs in de pauzes op het middelbaar en voorgezet onderwijs om een praatje te maken. Op die manier proberen we hen te helpen met de vragen die ze hebben of de dingen waar ze tegenaan lopen”, licht Eelke toe. Ook werkt de stichting nog samen met de Bibliotheek om mensen die taal moeilijk vinden iets bij te leren door taalmaatjes te vinden. In de Bibliotheek is ook een inloop genaamd “Freegje mar!”.