Dokkumer Vragenuurtje: Miranda Posthuma

Miranda Posthuma

In het Dokkumer vragenuurtje ‘ondervragen’ we regelmatig een bekende of minder bekende Dokkumer het hemd van het lijf. In deze editie: Miranda Posthuma.

Wie ben je en wat doe je?
Ik ben Miranda Posthuma en werk als IC-verpleegkundige in het MCL. Ik ben getrouwd met Ted Blom en we hebben samen twee dochters, een tweeling van 21 jaar.

Wat heb je met Dokkum?
Ik ben hier geboren en getogen. Voor een stage ben ik wel eens een poosje weg geweest, naar Noord-Holland bijvoorbeeld. Hier in Dokkum voel ik me thuis, het is een heerlijk stadje en veel vrienden en familie wonen hier.

Het mooiste plekje van Dokkum is?
De hele binnenstad, ik kan niet een specifiek plekje kiezen. De lelijke plekjes worden zo mooi opgeknapt, het is soms net Klein-Amsterdam: vanaf de Zijl met die gevelhuisjes. Misschien ga je het wel meer waarderen als je ouder wordt. Dan fiets ik over de Bolwerken en dan denk ik: wat is het hier mooi!

Welk plekje in Dokkum moet direct worden aangepakt om de stad mooier te maken?
Dat heb ik al vaker in deze rubriek voorbij zien komen, maar dat is toch het gebied rondom de Prins-fabriek. Ik rij er altijd langs wanneer ik uit mijn werk kom en dan denk ik hier zou toch wat moeten gebeuren. Er zitten wel bedrijfjes maar dat is wat versplinterd, het heeft gewoon niks. Ik heb ook geen idee hoe het wel zou moeten, maar het is niet mooi.

Maak de volgende zinnen af:
Parkeren in Dokkum is… heel makkelijk, tot elf uur zeker! Ik vind altijd wel een plekje en zomers ga ik toch op de fiets.

Dokkum is over tien jaar… nog mooier en nog bekender, ook bij toeristen hoop ik. Het is al een prachtig stadje wat hopelijk blijft groeien, waarbij de binnenstad mooi historisch blijft.

De nieuwe markt is… heel mooi geworden! Ook als je ziet hoe dat met bijvoorbeeld de Admiraliteitsdagen kan: een plein vol mensen of een gezellige tent.

En dan de persoonlijke vragen, speciaal voor jou:

Wilde je altijd al Intensive Care verpleegkundige worden?
Vroeger zei ik altijd al dat ik later in een ziekenhuis wilde werken. Na mijn HBO-V opleiding ben ik in het ziekenhuis van Dokkum gaan werken, onder andere op de hartbewaking. Toen het in de Sionsberg wat onzeker werd, dacht ik gelijk: ik moet mijn eigen pad kiezen. Ik heb in het MCL gesolliciteerd en ben de IC-opleiding gaan doen. Hier werk ik alweer ruim acht jaar.

Het was wel heel prettig dat ik al van jongs af aan wist wat ik wilde worden. Dat zie je tegenwoordig wel anders. Eigenlijk zouden ze veel meer stagemogelijkheden voor jongeren moeten aanbieden. Dat ze op meerdere plekken kunnen kijken of zoiets wat voor ze zou zijn.

Hoe ziet een ‘normale’ werkdag als IC-verpleegkundige er voor jou uit?
Dat is afhankelijk van de dienst die ik draai. Als ik een zogenoemde werkdienst heb, dan krijg ik vaak twee patiënten toegewezen. Die verzorg ik dan een hele dag afhankelijk van de zorgzwaarte. Bij een hele zieke patiënt kan ik ook wel de hele dag met deze ene patiënt bezig zijn. Het is moeilijk uit te leggen wat je dan de hele dag doet. Dat varieert van het aanpassen van medicijnen tot ineens naar een CT-scan moeten gaan. Maar stel dat die patiënt instabiel is of aan de beademing ligt, dan moeten daar heel wat voorbereidingen voor worden getroffen.

Ik draai ook regiediensten, dan ben je bezig met de planning van de afdeling. Je plant de diensten van de afdeling in, de overplaatsingen van patiënten naar de andere afdelingen en je bekijkt waar de nieuwe patiënten naar toe moeten.

Hoe ziet een werkdag ten tijde van corona er voor jou uit?
Bij de regiediensten is er dan nog veel meer regelwerk. Het is ook veel drukker met patiënten die ontzettend ziek zijn en we moeten verschillende kamers klaarmaken. Zo liggen ‘corona-verdachten’ op een eenpersoonskamer, gaan ‘schone patiënten’ naar een schoon gedeelte en ‘corona-patiënten’ komen samen op een tweepersoonskamer. Het is vooral veel georganiseer. Daarnaast ben je continu ingepakt met extra schorten, mondkapjes en brillen, dus je bent niet zo maar in- en uit een kamer. Door al deze extra maatregelen hebben we het warmer en we krijgen er meer dorst van, het werken wordt er zwaarder van.

Wat is het moeilijkste in deze corona-tijd?
Vóór corona kregen wij natuurlijk ook ernstig zieke patiënten op de IC-afdeling. Ook het beademen en verzorgen op de buik, is voor ons niet vreemd. Maar het is echt heel erg dat de patiënten geen visite of bezoek mogen ontvangen. Sommigen hebben bijvoorbeeld vlak voor de start van de beademing gedag gezegd en je weet dan gewoon niet of je je geliefde nog terug gaat zien. Dat vind ik echt heel heftig. We hebben ook corona patiënten uit Brabant hier, gelukkig zijn we in de gelegenheid om te video-bellen op onze afdeling met hun familie. Dat is speciaal aangeschaft om zo de families op de hoogte te kunnen houden. En natuurlijk kan er altijd gebeld worden. Dat zeg ik ook altijd tegen de familie: als je niet kan slapen, bel dan even. Het kan je soms enigszins geruststellen. Lig je te woelen? Bel gewoon even!

Hoe verwacht je dat jouw afdeling er over een week uit ziet?
Het wordt steeds drukker. Eigenlijk heb ik nu vakantie, we zouden afgelopen zaterdag op het vliegtuig stappen maar dat ging natuurlijk niet door. Dus ik heb gelijk gezegd: als jullie me nodig hebben kom ik gewoon werken, die vakantie komt wel weer. Ik draai dus nu al extra nachtdiensten net als veel andere collega’s. We doen wat we kunnen!

In het MCL hebben we de afgelopen weken al veel voorbereidingen getroffen, zo zijn bijvoorbeeld de anesthesie-verpleegkundigen ingewerkt op onze afdeling zodat zij ons kunnen ondersteunen. Veel operaties werden al afgezegd waardoor zij op andere afdelingen ingezet kunnen worden. Zij hebben ook veel kennis van beademing bijvoorbeeld. De zorg op een IC-afdeling is niet makkelijk over te nemen. Wij zijn specifiek opgeleid om in complexe situaties de juiste zorg te kunnen leveren aan een patiënt.

Het voordeel van hier in het noorden: wij hadden meer tijd dan het zuiden om ons voor te bereiden, mede door flatten the curve is die druk op de IC’s nog niet torenhoog in het noorden. We hebben al veel dingen kunnen leren van wat er in het zuiden van het land gebeurt en zijn al flink uitgebreid qua capaciteit van bedden.

Hoe vind je dat de Dokkumers omgaan met de coronamaatregelen?
Het begint hier eindelijke een beetje te komen… Heel veel mensen dachten dat corona gewoon een griepje was, we wisten natuurlijk ook niet wat er op ons af zou komen. Vorig weekend met het mooie weer en dat mensen elkaar allemaal opzochten, toen dacht ik wel: waar zijn jullie mee bezig?! Maar ik heb natuurlijk ook meer kennis vanuit mijn beroep. Inmiddels heb ik wel het idee dat mensen het meer beginnen te begrijpen. Ook in Dokkum begint het idee van we moeten ons koest houden, meer te leven. Uitzondering daar gelaten. Op sommige plekken is werkelijk overal aan gedacht  en op sommige plekken moet nog heel wat gebeuren! We moeten het met elkaar doen.

Heb je contact met collega’s elders in het land?
Ik heb geen direct contact. Ik ken wel veel collega’s want eigenlijk is IC-land een hele kleine wereld. De opleiding van Noord-Nederland is in Groningen, dus je kent elkaar allemaal wel. Veel collega-verpleegkundigen zie ik op internet voorbij komen met blogs en tweets. Maar de dingen die geregeld moeten worden zoals de voorwaarden waaronder wij werken, gaat meer via de Unit-hoofden.

Wat doe je zelf om geen corona te krijgen? Hoe blijf je fit?
Op ons werk hebben we natuurlijk allerlei maatregelen en ik heb een staand beroep dus ik blijf goed in beweging. Ik ging altijd naar sportschool, nu ga ik een lekker stuk wandelen. Het is gelukkig mooi weer steeds. Ik blijf vooral thuis, maar een wandeling kan heus wel. Even genieten van de zon, dat doet zo goed, heerlijk! Verder was ik nóg vaker mijn handen, op mijn werk en thuis. Voor mensen met droge handen heb ik nog wel een tip: smeren, smeren, smeren. Hou je handen lekker vet. Als je voor tv zit even lekker insmeren en laten intrekken. Ik gebruik zo’n ouderwets blikje van Atrix en heb heerlijk zachte handen.

Wat vind je het mooiste aan jouw beroep?
Het voor de patiënten zorgen en het contact. Soms zie je dat patiënt van wie je het niet meer had verwacht toch enorm opknappen. En dat je er kan zijn voor familie als contactpersoon, dat vind ik heel dankbaar werk. Het is bijzonder en het geeft me moed om door te gaan. Daarom is het nu zo extra lastig dat de families van corona-patiënten zo ver weg zijn, dat je geen gesprek van face-to-face hebt. Die non-verbale communicatie mis je dan toch. Bij de regiediensten vind ik leuk om dingen te regelen en is het voor mij het belangrijkste dat mijn collega’s fijn gewekt hebben. Dat staat voor mij dan voorop.

Heb je nog tijd voor hobby’s en sporten?
Ik sport op de sportschool normaalgesproken en mijn hobby’s zijn lekker buiten zijn en in mijn vrije weekenden met familie en vrienden tijd doorbrengen zoals een wijntje doen. Contact met familie en vrienden is heel belangrijk en dat merk ik nu ook. We video-bellen wel met elkaar, maar het is toch anders. Ik accepteer het, het is nu even nodig. We zijn weer even op thuis aangewezen, veel contact met je gezin. De solidariteit van mensen onderling is heel bijzonder. Zo kreeg ik van vriendinnen bos bloemen en lieve berichten. Mensen leven enorm mee, dat vind ik heel lief dat ze zo aan ons denken.

Genieten van kleine dingen en genieten van dat wat je hebt, dat gaat misschien wel iets meer terugkomen nu. Ik ben gelukkig getrouwd, heb twee gezonden kinderen, mooi werk en ik kan leuke dingen doen, wat wil je nog meer?!

 Keuzevragen:
Nieuws uit de krant of online?  Ik lees veel online.

In de auto of op de fiets?  Als het regent in de auto en anders op de fiets.

Online shoppen of de stad in?  Ik ben niet zo’n shopper, ik ga liever de stad in.

Om af te sluiten:
Heb je suggesties voor mensen die je in het Dokkumer vragenuurtje wilt zien?
Ted Blom

Ingezonden column: Shop lokaal (online)

In deze onzekere coronatijd is er veel wat ons bezig houdt, vooropstaand onze gezondheid en die van de mensen om ons heen. Een aantal mensen in onze mooie stad neemt dat gelukkig heel serieus en treft serieuze maatregelen. Maatregelen die ook door ondernemers genomen worden, zelfs zo drastisch dat ze hun (stenen) winkels moeten sluiten. Om de klanten en het personeel te beschermen tegen het ingrijpende virus… Begrijpelijk, verdrietig en zorgwekkend.

Ondertussen zijn achter de schermen veel vrijwilligers én ondernemers druk met de voorbereidingen voor verschillende evenementen in Dokkum. Besturen en stichtingen zijn in overleg en houden zich bezig met de vraag: kan ons evenement wel doorgaan? Niet eens omdat het misschien wel/niet plaats kan vinden in deze coronatijd, maar meer vanwege de vraag: we kunnen toch niet nú ondernemers lastig vallen met vragen naar bijdragen en sponsoring?! Dus worden op voorhand evenementen afgelast….

Ontzettend jammer voor Dokkum, haar inwoners, de toeristen en andere belangstellenden. Wat zal Dokkum in het voorjaar, de zomer en de winter anders zijn zonder deze prachtige en gezellige evenementen! Misschien is er daardoor wél een moment van bezinning en besef: dat al deze evenementen veelal georganiseerd én betaald/gesponsord worden door lokale ondernemers. Dat we dus juist in deze onzekere en moeilijke tijd er ook voor deze lokale ondernemers moeten zijn. Zonder onze lokale ondernemers immers geen mooie evenementen.

Hierbij een oproep van een bezorgde Dokkumer: shop lokaal! Veel ondernemers zijn momenteel ook online actief en treffen passende maatregelen, er zijn mogelijkheden genoeg. 2020 zal voor iedereen een apart jaar worden, laten we hopen dat we in 2021 er weer een gezellig jaar van kunnen maken!

Laten we goed op onszelf en de mensen om ons heen passen, op gepaste afstand uiteraard.

Groet, een bezorgde anonieme Dokkumer.

 

Dokkumer Vragenuurtje: Harmen Poortman

In het Dokkumer vragenuurtje ‘ondervragen’ we regelmatig een bekende of minder bekende Dokkumer het hemd van het lijf. In deze editie: Harmen Poortman.

Wie ben je en wat doe je?
Ik ben Harmen Poortman en door lichamelijke klachten, ik brak mijn heup op zeer jonge leeftijd, heb ik helaas niet altijd mijn ambities waar kunnen maken. Na mijn schooltijd ben ik meteen afgekeurd en via vrijwilligerswerk bij de lokale omroep RTV NOF en voor de NCRV, ben ik vier jaar geleden begonnen met digitaliseren.

Wat heb je met Dokkum?
Ik ben hier geboren en getogen. Maar als ik mijn ambities waar had kunnen maken had ik hier niet meer gewoond, maar in Hilversum. Toch ben ik blij dat ik hier nog steeds woon. Het is heerlijk om hier op een zomerse dag door het landschap te toeren op mijn snorbrommer. Ik kan hier wel genieten van de rust. Ook vanwege die korte lijntjes die je hier hebt. Een voorbeeld: vorige week stond er en jonge dame in onze wijk met autopech. Iedereen er om heen, ja dat gebeurt hier vaak en dan doen ze niks… Ik zei tegen haar: ‘Je moet Kees Boersma uit Wouterswoude even bellen’. En binnen een kwartier was de auto weggesleept en een dag later de auto al gerepareerd. Dan krijg je nog een dag later een telefoontje met de dankwoorden van de jonge dame, daar doe je het dan voor. Die korte lijntjes zijn dan heel effectief en een positieve eigenschap van deze regio. Ze hebben overigens ook wel eens nadelen.

Het mooiste plekje van Dokkum is?
De Markt. Die is toch wel heel mooi geworden. Ik heb in mijn columns wel eens tegen de werkgroep aangeschopt, maar daar heb ik een beetje spijt van. Ik vind vooral de verlichting ’s avonds heel erg mooi en de functionaliteit. De Markt is geschikt als een klein marktpleintje met wat kraampjes en ook fantastisch met een podium er voor zoals tijdens de Admiraliteitsdagen.

Welk plekje in Dokkum moet direct worden aangepakt om de stad mooier te maken?
Natuurlijk zijn die plekjes er wel, maar we moeten ook een beetje geduld hebben. Het is soms een kwestie van tijd, ik zit er niet zo over in. Er zijn genoeg ‘grote ondernemers’ die Dokkum steeds een stukje mooier maken! Ook al wordt er dan behoorlijk gewezen en gesproken als ‘dit mei net’ en ‘dat mei net’ of ‘jousto dat wol troch oan de gemeente?’, ‘Hasto dér wol in vergunning foar?’. Zo was het bordje Je mutte mar hoare wie ’t seit laatst van het Leugenbankje verdwenen. Gesprek van de dag: ‘Wa hat dat jat?!’. Zo kortzichtig en dat wijzen naar elkaar. Terwijl het gewoon voor onderhoud er af gehaald was…

Maak de volgende zinnen af:
Parkeren in Dokkum is… daar kan ik niks over zeggen. Ik heb een invalide-parkeerkaart dus ik kan altijd overal terecht.

Dokkum is over tien jaar…  net als de gemeente Noardeast-Fryslân een reservaat als we niet oppassen. We hebben hier een beetje meer de Jenny Douwes mentaliteit nodig! Wat meer naar boven trappen (Den Haag) in plaats van naar beneden, de lokale ondernemer en arbeider.

De nieuwe markt is… toch wel heel mooi geworden.

En dan de persoonlijke vragen, speciaal voor jou:

Je noemt jezelf een ‘Digitaal Conservator’, wat is dat?
Ik maak oud film- en fotomateriaal digitaal en sla dat dan op. Ik ben hier vier jaar geleden mee begonnen voor allerlei soorten mensen van jong tot oud en rijk tot arm. Er komen bijvoorbeeld moeders of pakes en beppes met dierbare filmpjes van hun kroost, die dan niet weten hoe je dat digitaal kan krijgen. Boven op zolder is mijn werkkamer en hier heb ik allerlei apparatuur om dat materiaal op een stickje, dvd of harde schijf op te slaan. Het kost wel wat werk maar het is mooi om mensen blij te maken! En natuurlijk doe ik dat niet gratis maar mijn overbuurvrouw hoeft daarvoor niet meteen het UWV te bellen. Daar zijn regels voor en daar houd ik mij aan (Dikke knipoog).

Je bent eigenaar van Harpoen Media, hoe is dat ontstaan en wat gebeurt daar?
Vroeger had ik wel de ambitie om een nieuwssite voor Dokkum te maken, helaas hou ik dat lichamelijk niet vol. Ik vlieg niet alle activiteiten en bezigheden meer af. Voor mij helaas niet te doen. Nu gebruik ik Harpoen Media vooral om mijn columns op te plaatsen en het is mijn portaal voor het digitaliseren.

Je steekt je mening in de columns niet onder stoelen of banken ;-), wat is je doel?
Ik heb er geen doel mee. Je leest inderdaad wel een sarcastisch randje maar, dat is vooral om lezers te trekken. Niet om te kwetsen. Als je wil dat je columns een beetje gelezen worden dan moet je ergens tegenaan schuren. Ik ben overigens niet over alle columns die ik geschreven heb tevreden. Maar die over de bevalling van mijn dochter, en mijn rol als man daarbij, werd wel heel goed gelezen. Ik vind het leuk om mensen op die manier te vermaken. Ik heb trouwens ook een fantastische zoon.

Wat is de leukste reactie die je op je columns gekregen hebt?
Over het algemeen krijg ik hele leuke reacties. Bijvoorbeeld van Jan Ronner, ja die is altijd heel positief. Die kan ook wel eens in deze rubriek.

Je spreekt voornamelijk Dokkumers, wat vind je er van dat Dokkumers steeds minder gebruikt wordt?
Bij de installatie van burgemeester Kramer heb ik hem mijn boekje met columns ‘Dokkumer geswets’ gegeven. Kramer zei toen tegen mij: “Ah, jij probeert het Dokkumers levendig te houden!”. Toen dacht ik wel even: ja, dat is inderdaad zo. En het fijne aan Dokkumers is dat het geen taal is, geen grammatica heeft en dus heb ik het mezelf aangeleerd. Ik heb er werk van gemaakt. Maar of ik nu heel Dokkum weer aan het dokkumers krijg, vraag ik me af.

Je was ook radiomaker, hoe zag dat er uit en waarom doe je dat nu niet meer?
Zoals ik al zei kwam ik via RTV NOF met de NCRV in aanraking en tot mijn vijfendertigste heb ik inderdaad radio gemaakt. Op een gegeven moment was het gewoon klaar. Ik heb gedaan wat ik wilde doen. Er kwamen toen serieuzere dingen op mijn pad zoals het vaderschap, dat werd belangrijker dan het gevoel van iemand te willen zijn. Via mijn werk voor de NCRV heb ik een keer een rondleiding gehad in het museum voor Beeld en Geluid en was echt onder de indruk van alles wat ik daar zag. Daar ontstond mijn idee voor het digitaliseren.

Wat zijn  je ambities nog met Dokkum?
Voor mezelf heb ik momenteel even wat minder ambities. Het afgelopen jaar heb ik mezelf weer terug weten te vinden na een turbulente periode. Wat het digitaliseren betreft ben ik heel leuk bezig en ik heb inmiddels geïnvesteerd in capaciteitsuitbreiding. Prachtig om zo nog meer mensen blij te maken. In 2016 organiseerde ik met een groepje voor oud-leerlingen van de LEAO in Dokkum een reünie. Tien oktober dit jaar staat er weer zoiets op de planning. Ik ben daar lekker druk mee.

Keuzevragen:
Nieuws uit de krant of online?  Online.

In de auto of op de fiets?  Op de snorbrommer: The Almost Harley, haha!

Online shoppen of de stad in?  Het liefst in een lokale stenen winkel, maar soms ontkom je niet aan online iets bestellen.

Om af te sluiten:
Heb je suggesties voor mensen die je in het Dokkumer vragenuurtje wilt zien?
Marit Anker

(3) DE (VERGULDE) HALVE MAAN

ARTISANTE  AN  DE  SYL
door Warner B. Banga & Piet de Haan

Door de koppeling van diverse archiefvermeldingen werd de locatie van een tot nu toe onbekend oudste raadhuis van Dokkum gevonden [in het noordelijke Artisante-pand aan de Hoogstraat 2]. Dit pand was in 1591 in handen gekomen van de lakenkoper Jan Hendricks. Zijn vrouw Aenck Jans overleed in 1608 en bij de inventarisatie van de gezamenlijke goederen staat onder andere de vermelding: ‘Jan Hendricks in de Halve Maan’. En even verderop in de inventarisatie: ‘…een huis in de Hoogstraat waar de Vergulde Halve Maan uithangt’ en de vermelding dat het huis destijds op 20 december 1591 van Tjaard Tjebbes gekocht was. Verdere verkopen tonen aan dat Jan Hendricks lakenkoper van De Halve Maan en zijn erfgenamen zeker tot 1667 eigenaar van het raadhuispand [Hoogstraat 2] waren.

De halve maan uit de naam van dit pand is afkomstig van het stadswapen van Dokkum dat mogelijk bij dit oude raadhuis op een bord stond of aan de gevel hing. In de Weeshuisgrondpachten vinden we de vermelding: …Geertien Cornelis weduwe ende voorde tegenwoordige iaere van 1585 eene Jan Hendrix zoon laeckencoper hange rute de halve mane…’, maar dat betrof een pand op de zuidelijke hoek van de Hoogstraat met de Lange Oosterstraat. Had Jan Hendricks dan twee panden in de Hoogstraat met dezelfde naam? Er zijn twee opties:
– Jan Hendricks’ huis uit de Weeshuis-grondpachten had al de naam ‘de halve mane’ toen hij verhuisde naar het raadhuispand. Hij nam die naam (en uithangbord) mee naar het nieuwe pand.
– De Weeshuis-grondpachten van 1585 zijn duidelijk geschreven in de tijd dat de opvolger van Jan Hendricks al eigenaar van de grondpacht was. De toevoeging ‘in de halve mane’ in de grondpachten is misschien bedoeld als onderscheid tussen hem en andere Jan Hendricksen.

Die laatste optie is interessant, want dat zou ook kunnen betekenen dat het ‘onbekende’ eerste raadhuispand al de naam ‘De Halve Maan’ had toen Jan Hendricks het kocht en dat dit mogelijk een verwijzing was naar het voormalige raadhuis met het stadswapen van Dokkum met een halve maan.

Resumerend zien we het pand van lakenkoper Jan Hendricks, die het in 1591 van Tjaard Tjebbes kocht die het op zijn beurt in 1589 van de Stad Dokkum gekocht had, als pand het huidige noordelijke Artisante-pand Hoogstraat 2: ‘het stadtsraethuijs’ [in 1582] of  ‘t’olde Raethuys’ [in 1583].

BROUWERIJ DE HALVE MAAN
In dezelfde periode dat in de Hoogstraat het voormalige raadhuispand de naam De (Vergulde) Halve Maan droeg, bevond zich honderd meter verderop aan de Diepswal een bierbrouwerij met eenzelfde naam. Die naam was in Dokkum zo populair, omdat hij refereert aan het stadswapen, waarop naast drie gouden sterren een zilveren halve maan prijkt. Brouwer van De Halve Maan was Okke Bockebloet, die naast koopman en brouwer ook een verdienstelijk tekenaar was. In 1646 vervaardigde hij een werkelijk prachtige overzichtskaart of plattegrond van het vaarwegenstelsel in de noordelijke Nederlanden. Daarop beeldde Okke centraal ook zichzelf af met een landmetersstok en een biervaatje met het merkteken van zijn brouwerij: de halve maan. (wordt vervolgd)

BIJSCHRIFT: De Bockebloet-kaart van het vaarwegenstelsel in Noord-Nederland met linksboven de stad Dockum, midden-onder de tekenaar-bierbrouwer zelf en in inzet rechtsboven het stadswapen met de halve maan.

Dokkumer Vragenuurtje: Henk Aartsma

In het Dokkumer vragenuurtje ‘ondervragen’ we regelmatig een bekende of minder bekende Dokkumer het hemd van het lijf. In deze editie: Henk Aartsma.

Wie ben je en wat doe je?
Ik ben Henk Aartsma en ben sinds anderhalf jaar gepensioneerd. Ik werkte onder andere op het archief van Dokkum en bij de bank in Groningen. Nu ben ik actief als hobbyfotograaf (“de paparazzi van Dokkum”) en amateurhistoricus.

Wat heb je met Dokkum?
Ik kom oorspronkelijk uit Engwierum, maar inmiddels al 44 jaar woonachtig in Dokkum. Hier in Dokkum is altijd wat te beleven, er is genoeg om foto’s van te maken! Dokkum is een mooie, culturele en historische stad met veel festiviteiten. De binnenstad is levendig en het heeft een mooie natuur zoals in het Tolhuispark en het Harddraverspark. Ik mis wel de ruimte van Engwierum, daarom trek ik er graag met de fiets op uit.

Het mooiste plekje van Dokkum is?
Het Tolhuispark en de Bolwerken en dan vooral het Oosterbolwerk. Daar is het lekker rustig met het water en de bomen en toch is er altijd wat te zien. Wanneer de tulpen er zijn is het daar helemaal mooi!

Welk plekje in Dokkum moet direct worden aangepakt om de stad mooier te maken?
Het pandje aan het Sonnemaplein, die aan het water van de Westersingel. Dat is zo vervallen. De winkels in de binnenstad zouden ook zoveel mogelijk bezet moeten worden, geen leegstand maar gevuld met veel verschillende dingen.

Maak de volgende zinnen af:
Parkeren in Dokkum is… beter geworden. Er is voldoende plek en dat de randparkeerplaatsen gratis zijn is natuurlijk helemaal perfect.

Dokkum is over tien jaar…  niet zoveel veranderd. Al zal het wel meer een woonstad worden dan een winkelstad. Je ziet steeds meer woningen en appartementen komen. Ik hoop wel dat ze het Harddraverspark groen laten met genoeg recreatiemogelijkheden.

 De nieuwe markt is… leuk en mooi ingericht. Maar er gebeurt te weinig. Er zouden wel meer festiviteiten georganiseerd kunnen worden, en terrasjes enzo.

En dan de persoonlijke vragen, speciaal voor u:

U noemt uzelf een “hobbyfotograaf”, wat fotografeert u zoal?
Alles in Dokkum zoals muziekoptredens, sportactiviteiten, en ik richt me steeds meer op cultuur historische dingen in de omgeving. Eigenlijk ga ik elke dag op stap met mijn fototoestel, want stel je voor dat er onder weg iets is?! Ik wil graag overal bij zijn, het gaat mij vooral om de beleving en de vrijheid. Even een praatje met de mensen aldaar maken. Net doen alsof ik belangrijk ben, haha… Ik noem mezelf een hobbyfotograaf omdat ik huis-, tuin- en keukenfoto’s maak. Ze zijn niet zo serieus en amateuristisch. Niet te veel gedoe.

Wanneer bent u begonnen met fotograferen?
Met de analoge toestellen lukte het nog helemaal niet om foto’s te maken, ik ben eigenlijk nog steeds verbaasd dat het nu wel lukt. Maar in 2008 ben ik met een betere camera begonnen en toen begon ik vooral foto’s te maken van en in de stad.

Waar haalt u uw inspiratie voor de foto’s vandaan?
Ik kijk veel naar de affiches die in de stad opgehangen worden om te kijken wat er allemaal in Dokkum en omstreken gebeurt. Ook haal ik mijn informatie uit de Dokkumer Courant of van de agenda van www.in-dokkum.nl, die altijd up-to-date is. En ik stap ook wel gewoon op mijn fiets met de camera in de fietsmand, er op uit.

Waar verschijnen uw foto`s zoal?
Ik zet ze zelf op Facebook of Twitter en ik stuur ze persoonlijk naar de mensen toe.

Heeft u genoeg tijd om bij alle festiviteiten van Dokkum te zijn?
Mijn vrouw heeft me gelukkig altijd heel vrij gelaten! Daar heb ik geluk mee. In deze tijd zie ik dat dat heel anders gaat: stellen zijn altijd samen en bij elkaar, alles moet perfect zijn. Net zoals de kinderen van deze tijd, ze weten door het internet zo veel waardoor ze minder gehoorzaam zijn. Het is wel zorgelijk, de wereld die de jeugd krijgt voorgeschoteld. Het grootste gevaar schuilt in de “perfectie”.

Welke gelegenheid vindt u het leukst om te fotograferen?
Dokkum Open Air en de Admiraliteitsdagen, die muziekbeleving vind ik mooi. Ook om te zien hoe de mensen optreden en hoe ze zich kleden. Maar dat wordt straks helaas verleden tijd voor mij, die herrie aan mijn oren kan ik straks niet meer aan…

Op welke foto bent u het meest trots?
Dat zal of een familiefoto zijn of een zonsondergang. Een zonsondergang vanaf het bankje bij molen Zeldenrust of een zonsondergang bij Wierum.

U noemt uzelf ook “amateurhistoricus”, waarom amateur?
De mensen die voor de Fryske Academie werken zijn professionals, wat ik doe is meer hobbymatig. Het is niet mijn dagelijkse werk. Ik ben geen onderzoeker of schrijver, meer een sneuper. Ik praat graag met mensen over vroeger, spit door oude kranten heen of lees over vroeger. Het historische blad De Sneuper vind ik bijvoorbeeld prachtig om te lezen.

Wat voor historische dingen onderzoekt u allemaal?
Ik heb de geschiedenis van mijn familie uitgezocht, die trouwens van oorsprong heel rijk was. Maar zoals wel vaker, wordt die rijkdom vaak in de derde generatie vernietigd, haha.

Ik zou nog wel eens de geschiedenis van de Grote Breedstraat vanaf 1950 willen onderzoeken om te kijken hoe sterk alles is veranderd.

Wat wilt u nog bereiken?
Dat zie ik nog wel, ik ben gewoon lekker bezig. Wat voor mij wel geldt: een dag zonder camera is een dag niet geleefd! Ik kan mezelf niet meer zonder mijn camera voorstellen. Mijn foto’s worden goed bewaard en ‘later’ gaan ze naar het archief en de stichting Oud Dockum. Ik hoop dat heel veel mensen nog van mijn foto’s blijven genieten!

Keuzevragen:
Nieuws uit de krant of online?  Beide wel.

In de auto of op de fiets? Op de fiets met een mand voorop en daarin mijn camera. Ik heb ook een nieuwe aanwinst, dat is mijn snorfiets. Daarmee kan ik verder weg om foto’s te maken. Daar ben ik erg blij mee!

Online shoppen of de stad in? De stad in. Ik heb nog nooit wat online besteld.

Om af te sluiten:
Heb je suggesties voor mensen die je in het Dokkumer vragenuurtje wilt zien

Harmen Poortman

Ut olde stadsraethuijs fan Dokkum


Pas als er schriftelijke bronnen beschikbaar komen, wordt het mogelijk om de historie van de Artisante-panden [A en B] nauwkeuriger te volgen en te beschrijven. Zo was het vroeger de gewoonte dat de voorgenomen verkoop van een woning of gebouw werd geproclameerd: dat wil zeggen dat in de stad – bij trommelslag drie keer voor de kerkdeur en drie keer voor het gerecht [= het raadhuis] – werd omgeroepen wie van plan was om welk pand te kopen en van wie.

Gelukkig voor ons zijn die proclamaties ook schriftelijk vastgelegd in de analen van het Nedergerecht van Dokkum en werd daarbij bovendien genoteerd wie de naastliggers of buren waren van het te verkopen huis. Door deze gegevens van de hele binnenstad van Dokkum in kaart te brengen, kan vrij nauwkeurig worden nagegaan wie de bewoners of eigenaren waren van bepaalde huizen, maar ook dikwijls welke gebruiksfunctie of prachtige oude namen deze huizen hadden.

Het hoekpand Diepswal-Hoogstraat [A] heeft een zeer rijke geschiedenis wat de bewoners betreft, die – voor zover op papier vastgelegd – begint met Duifje Jacobs Heerman en haar man Tiebbe Jelgers. Het hoekhuis was overigens toen, in tegenstelling tot de huidige situatie, vooral gericht op de Hoogstraat. In 1583 besloten Duifje en Tiebbe hun huis op de hoek van de Diepswal en Hoogstraat te verkopen. Een oostelijke naastligger of buurman werd niet genoteerd, maar heel opmerkelijk is de noordelijke naastligger: ‘t’olde Raethuys (!) ten noorden’ [B].

Die vermelding roept de nodige vragen op, want het ‘Olde Raadhuis’ [D] stond volgens velen toch halverwege de Hoogstraat – al of niet op de noordelijke hoek met de Lange Oosterstraat. Mogelijk ligt aan die aanname de kaart van Van Geelkercken ten grondslag; die vermeldde bij D: ‘het olde raadhuis, nu Stats School’. Door nu alle gevonden archiefstukken met daarin de vermelding Raadhuis in chronologisch volgorde te plaatsen en op een rijtje te zetten, wordt duidelijk dat een aantal proclamaties betrekking heeft op een raadhuis, waarvan het bestaan tot nu toe niet bekend was en dat niet verward moet worden met het bekende ‘Olde Raadhuis’ [D] halverwege de Hoogstraat.

Bij de verkoop op 23 juni 1582 van een woning is de noordelijke naastligger of buurman Roelof Jans en de zuidelijke naastligger wordt vermeld als ‘het stadtsraethuijs’ [B]. Door de koppeling van diverse archiefvermeldingen wordt de locatie van dit tot nu toe onbekende raadhuis  bevestigd, zoals bijvoorbeeld door een proclamatie van 20 februari 1609. Hieruit blijkt dat de Stad Dokkum het raadhuis [B] aan Tjaard Tjebbes verkocht, waarna Jan Hendricks lakenkoper de volgende eigenaar werd. Aan de Zijl werd toen een nieuw stadhuis [C] gebouwd. Het pand [B] werd in de tijd van Jan Hendricks ‘De Vergulde Halve Maan’ genoemd, waarover een volgende keer meer.

(wordt vervolgd)

BIJSCHRIFT: Situatiekaartje van de Hoogstraat met de besproken panden en recht een detail uit de (oost-west georiënteerde) Geelkercken-kaart uit 1616 van hetzelfde stadsdeel. Het Artisante-pand [A en B] op de hoek van de Diepswal is net zichtbaar naast de stadhuistoren [C].