Pas als er schriftelijke bronnen beschikbaar komen, wordt het mogelijk om de historie van de Artisante-panden [A en B] nauwkeuriger te volgen en te beschrijven. Zo was het vroeger de gewoonte dat de voorgenomen verkoop van een woning of gebouw werd geproclameerd: dat wil zeggen dat in de stad – bij trommelslag drie keer voor de kerkdeur en drie keer voor het gerecht [= het raadhuis] – werd omgeroepen wie van plan was om welk pand te kopen en van wie.

Gelukkig voor ons zijn die proclamaties ook schriftelijk vastgelegd in de analen van het Nedergerecht van Dokkum en werd daarbij bovendien genoteerd wie de naastliggers of buren waren van het te verkopen huis. Door deze gegevens van de hele binnenstad van Dokkum in kaart te brengen, kan vrij nauwkeurig worden nagegaan wie de bewoners of eigenaren waren van bepaalde huizen, maar ook dikwijls welke gebruiksfunctie of prachtige oude namen deze huizen hadden.


Het hoekpand Diepswal-Hoogstraat [A] heeft een zeer rijke geschiedenis wat de bewoners betreft, die – voor zover op papier vastgelegd – begint met Duifje Jacobs Heerman en haar man Tiebbe Jelgers. Het hoekhuis was overigens toen, in tegenstelling tot de huidige situatie, vooral gericht op de Hoogstraat. In 1583 besloten Duifje en Tiebbe hun huis op de hoek van de Diepswal en Hoogstraat te verkopen. Een oostelijke naastligger of buurman werd niet genoteerd, maar heel opmerkelijk is de noordelijke naastligger: ‘t’olde Raethuys (!) ten noorden’ [B].

Die vermelding roept de nodige vragen op, want het ‘Olde Raadhuis’ [D] stond volgens velen toch halverwege de Hoogstraat – al of niet op de noordelijke hoek met de Lange Oosterstraat. Mogelijk ligt aan die aanname de kaart van Van Geelkercken ten grondslag; die vermeldde bij D: ‘het olde raadhuis, nu Stats School’. Door nu alle gevonden archiefstukken met daarin de vermelding Raadhuis in chronologisch volgorde te plaatsen en op een rijtje te zetten, wordt duidelijk dat een aantal proclamaties betrekking heeft op een raadhuis, waarvan het bestaan tot nu toe niet bekend was en dat niet verward moet worden met het bekende ‘Olde Raadhuis’ [D] halverwege de Hoogstraat.

Bij de verkoop op 23 juni 1582 van een woning is de noordelijke naastligger of buurman Roelof Jans en de zuidelijke naastligger wordt vermeld als ‘het stadtsraethuijs’ [B]. Door de koppeling van diverse archiefvermeldingen wordt de locatie van dit tot nu toe onbekende raadhuis  bevestigd, zoals bijvoorbeeld door een proclamatie van 20 februari 1609. Hieruit blijkt dat de Stad Dokkum het raadhuis [B] aan Tjaard Tjebbes verkocht, waarna Jan Hendricks lakenkoper de volgende eigenaar werd. Aan de Zijl werd toen een nieuw stadhuis [C] gebouwd. Het pand [B] werd in de tijd van Jan Hendricks ‘De Vergulde Halve Maan’ genoemd, waarover een volgende keer meer.

(wordt vervolgd)

BIJSCHRIFT: Situatiekaartje van de Hoogstraat met de besproken panden en recht een detail uit de (oost-west georiënteerde) Geelkercken-kaart uit 1616 van hetzelfde stadsdeel. Het Artisante-pand [A en B] op de hoek van de Diepswal is net zichtbaar naast de stadhuistoren [C].