De historische binnenstad van Dokkum kent tal van bijzondere plekjes met een goed verhaal. Zowel binnen als buiten de binnenstad zijn de afgelopen jaren gebouwen gesloopt, opgeknapt of nieuwgebouwd. In-Dokkum.nl duikt in de rubriek ‘Dokkum toen en nu’ de geschiedenis in. Waarom heeft een straatnaam die naam gekregen? En wat stond er vroeger op de plek van wat er nu staat? In deze editie: De Trekschuit, een belangrijk vervoersmiddel in de vroegere jaren en nu een toeristische attractie voor Dokkum. 

Vervoersmiddel
Niet alleen goederenverkeer, maar ook het personenverkeer vond vroeger veelal plaats over het water. Er werd veel gebruik gemaakt van de trekschuit, een schip getrokken door paarden via jaagpaden langs de Grachten. Dokkum lag aan een internationale verbindingsweg: via Leeuwarden naar Amsterdam of via Groningen naar Duitsland. De trekschuit is van ongeveer 1650 tot 1900 het belangrijkste vervoersmiddel geweest. In Dokkum herinneren het vroegere het vroegere Kollumer veerhuis bij de Woudpoort, de restanten van het jaagpad langs de Dokkumer Ee en de Strobossertrekvaart nog aan de tijd van de trekschuit. Het oude Jaachpaad van de Nieuwe Dokkumer Zijlen, via Dokkum en Bartelehiem naar Leeuwarden is nog vrijwel volledig intact en doet dienst als toeristisch fietspad. De trekschuit kreeg in de loop van de 19e eeuw concurrentie van de paardentram. Dokkum had in 1880 zelfs de primeur van dit vervoermiddel in Fryslân. De paardentram heeft tot 1926 dienstgedaan. Toen kwam de stoomtram. Op 17 februari 1947 kwam er definitief een einde aan de tramverbinding. Deze werd uiteindelijk vervangen door de steeds meer opkomende motorrijtuigen


Trekvaart naar Stroobos
Een trekvaart is een waterweg met een jaagpad. De trekschuit werd met behulp van een jaaglijn in de vaart voortgetrokken door een paard. In 1646kreeg Dokkum octrooi van de Friese Staten voor de aanpassing van de Dokkumer Ee naar Leeuwarden tot trekvaart. Zo voeren al in de zomer van 1647 de eerste trekschuiten tussen Dokkum en Leeuwarden. De volgende stap was de aanleg van een geheel nieuw te graven trekvaart richting Kollum. Deze zou daar aansluiten op de vaart van Kollum naar Stroobos, die al in 1508 was gegraven. Op deze manier zou een trekvaartverbinding tot stand kunnen worden gebracht tot de grens met “Groningerland”. Om middelen voor de trekvaart naar Stroobos vrij te maken, verkocht Dokkum in 1654 de helft van de trekvaart naar Leeuwarden aan de stad Harlingen, de hofmeester van de stadhouder en de secretaris van Gedeputeerde Staten. Dokkum ondervond hierbij tegenwerking. De steden Groningen en Leeuwarden en ook de schippers hadden namelijk een voorkeur voor het korter traject tussen Leeuwarden en Groningen via Burgum. Dokkum kreeg de steun van de stadhouder, de Staten van Friesland en van Harlingen. In 1654 kreeg Dokkum toestemming van de Staten tot aanleg van de trekvaart. Op 6 juni 1654 ging de eerste schop de grond in en op 6 jul 1656 was de trekvaart klaar.

Tijden en kosten
Men vertrok op vaste tijden vanuit Dokkum. Als onderweg een boer meewilde, kon dit. Hij liet zich dan met een bootje naar de kant van de trekschuit komen en klauterde naar binnen. De vracht voor één persoon van Dokkum naar Leeuwarden was acht stuivers. De rit naar Harlingen was 17 stuivers per persoon. Elke stad had zijn eigen paarden ter beschikking en leende of verhuurde die aan veerschippers. Dit waren paarden van redelijke kwaliteit, in tegenstelling tot de magere scharminkels die door de scheepsjagers in het vrije bedrijf werden gebruikt. Het paard was getuigd met een trekhout: een dwarshout achter het zadel, waaraan een lijn vlug belegd kon worden.

De herinnering
In Dokkum vaart sinds 1984 de enige trekschuit in Nederland, naar origineel model. Deze trekschuit is in 1980 gebouwd in opdracht van de stichting Stamboek Ronde- en Platbodemjachten. Het schip kan worden gereserveerd van april t/m oktober en is af te huren voor gezelschappen tot 24 personen. Er is een vaste vaarroute door Dokkum van een uur lang en er zijn ook vaartochten naar Kollum, Dokkumer Nieuwe Zijlen en Burdaard georganiseerd. Op dinsdag-, donderdag-, of zaterdagmiddag vaart de Trekschuit met de reguliere rondvaart en kan er om 14.00 uur worden opgestapt. De afvaart is bij Museum Dokkum aan de Diepswal 27. Aan boord zijn altijd de schipper en een opstapper. De opstapper vervult ook de rol van gids en kan onderweg veel vertellen over de trekschuit en de omgeving. Het schip, genaamd “de herinnering” was aanvankelijk eigendom van het Scheepvaartmuseum te Amsterdam, maar omdat deze niet in de collectie van het museum paste en omdat varen op het IJ te gevaarlijk was, is deze in Dokkum in de vaart gebracht. Het schip is ongeveer 12 meter lang en 2,80 meter breed. De ingang deelt het schip in een compartiment voor de tweede klas met ongeveer twintig zitplaatsen en een compartiment voor de eerste klas met ongeveer tien zitplaatsen.

Hoofdfoto van flickr en bijfoto van Historisch Vereniging Noordoost Friesland. Tekst verkregen via de Sneuper.