‘Maak minder gebruik van huishoudelijke hulp’

Raadslid Cootje Klinkenberg doet een oproep aan alle inwoners van de gemeente Noardeast-Fryslân om minder gebruik te maken van de huishoudelijke hulp. Die voorziening heeft de gemeente de afgelopen twee jaar namelijk €700.000,- extra gekost. Klinkenberg van de fractie Actief Links Lokaal: “Het is heel aantrekkelijk om van het abonnementstarief van 19 euro per maand gebruik te maken, maar hebben deze aanvragers, waarvan een groot deel vermogend is en soms meer dan een ton per jaar verdienen, dit wel nodig? Vaak kunnen ze het zelf namelijk ook makkelijk betalen.

‘Schoonmaaksubsidie voor de rijken’
De gemeente is verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), waar de huishoudelijke hulp onder valt. Die is voor iedereen gelijk en er mag door de gemeente geen inkomens- en vermogenstoets meer aan worden gekoppeld. Voorheen werd gewerkt vanuit het principe dat de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen. Sinds begin 2019 is dat niet meer zo. Bij mensen met een inkomen van 100.000 euro of meer, is het beroep op huishoudelijke hulp landelijk met bijna tachtig procent gestegen. Daarmee is het een schoonmaaksubsidie voor de rijken geworden. Klinkenberg: “Ik doe dan ook een moreel appèl op iedereen die gebruik maakt van de huishoudelijk hulp, om na te gaan of dat echt wel nodig is“.

Miljoenen
De gemeente Noardeast-Fryslân keerde de afgelopen jaren miljoenen uit in het zogeheten sociale domein, maar voerde ook een aantal bezuinigingen door. In de jeugdzorg werden de kosten bijvoorbeeld teruggedrongen door kritisch te kijken naar de contracten met zorgaanbieders. Het aantal uren huishoudelijke hulp werd echter ook teruggebracht. Klinkenberg vroeg zich af of de goeden nu niet onder de kwaden lijden: “Is het wel redelijk dat inwoners met een laag inkomen door dit toedoen van 3 naar 2 uren per week zijn afgeschaald?

Artisante an den Syl: De Rode Winkel

WOPKE EN YM POSTUMA  (1954-1985)
Bijna honderd jaar was de ‘Roode Winkel’ een begrip voor Dokkum en wijde omgeving. Een zaak waar textiel in alle soorten en maten – van washandje tot babykleding – verkocht werd, maar waar bovendien middenstanders met hart voor Dokkum achter de toonbank stonden.

Al op 1 oktober 1887 opende Sywert Postuma Wzn. aan de Korfmakersstraat – later de Waagstraat – een winkel, waar wollen goederen, garen en stoffen verkocht werden. Door de zwarte kozijnen van Sigarenmagazijn Berhuis kwam Postuma op het idee om zijn winkelpand op de hoek van de Hoogstraat en de Lange Oosterstraat rood te verven. Hij overleed in 1909, waarna zijn weduwe Atje Kraak de winkel voortzette met haar oudste zoon Wopke.

Wopke Postuma trouwde drie keer; eerst met Antje Hiemstra en in 1930 met de veel jongere Anna Huizenga, die in juli 1938 door een ernstige ziekte overleed. Er waren twee jongetjes in huis – een tweeling van nog maar zes jaar oud. Anna’s jongere zus Ymkje werkte als verpleegkundige en zij heeft ze zichzelf toen opgeofferd en die zware taak op zich genomen. Van het één kwam het ander en op 25 juni 1941 was de ‘Roode Winkel wegens huwelijk’ een dag gesloten en trouwde Wopke Postuma met de bijna dertig jaar jongere Ymkje Huizenga. In 1942 werd zoon Wopke Anne geboren en drie jaar later dochter Anneke.

Wopke Postuma was al vanaf 1913 penningmeester van de ‘Dockumer Middenstandsvereniging’ en steeds vaker op pad om de zaak van de middenstanders te behartigen. Hij was nog zelden achter de toonbank van de ‘Roode Winkel’ te vinden en liet dit meer en meer aan Ymke over. In 1954 werd een tweede winkel geopend op de hoek onderaan de Hoogstraat aan de Diepswal, waar men eerst vooral babyartikelen en kinderwagens verkocht. Later ging de textiel ‘naar beneden’ en de kinderwagens ‘omhoog’ naar de hoek van de Lange Oosterstraat.

Rond 1954 verhuisde het gezin naar de woning boven de nieuwe winkel en werd het woonhuis aan de Woudweg verkocht. In 1966 is de zaak bij de Lange Oosterstraat gesloten en verkocht en vanaf dat moment was de hoekwinkel aan de Zijl de ‘Rode Winkel’ van Dokkum. De zaak had lange tijd een sterke regionale betekenis en was een begrip in Dokkum.

Een zeer rendabele tak was de verhuur van vlaggen voor 25 cent per week. Als ze – soms als vodden – weer werden ingeleverd, moesten de vlaggen versteld en eventueel gewassen en gedroogd worden op een ‘line’. De heer Demes – een vriend van de familie – merkte dat hier wel handel in zat en begon daarna zelf vlaggen te produceren. Wopke Postuma vond het goed dat dit gebeurde, want hij was zelf te oud om dit nog op te pakken. Uiteindelijk bleek deze vlaggenverkoop het begin te zijn van de bekende Dokkumer Vlaggen Centrale.

Wopke Postuma werd ziekelijk en overleed in 1970 op 81-jarige leeftijd. Ym Postuma ging alleen verder. Ze was toen al lange tijd de stuwende kracht achter de ‘Rode Winkel’ en wist waar de handel zat. In de opkamer had Ym Postuma een klein kantoortje en van daaruit bestierde zij de winkel en haar personeel, de ‘winkelfamkes’. Die opkamer was een beetje als huiskamer ingericht, als een soort dagverblijf, en er was ook een trap naar de kelder beneden, waar paskamers waren en de badkleding hing. De winkelvoorraad lag boven op zolder en dan moesten de winkelmeisjes steeds twee trappen omhoog om dat op te halen, dus er werd flink heen en weer gelopen…

Ym Postuma ging door met de ‘Rode Winkel’ tot 1 april 1985, toen ze op 68-jarige leeftijd besloot de zaak over te dragen aan Anneke van der Werff-Hoekstra. In 2008 werd haar door Jan Willem Hamstra het eerste exemplaar van het boek ‘Middenstad in Dokkum’ aangeboden, als eerbetoon voor haar verdiensten voor de Dokkumer middenstand.


De ‘Rode Winkel’ (hier in 1964) was jarenlang een markant punt in de binnenstad. Rechts: Ym Postuma in de winkeldeur bij haar afscheid in 1985.

Door Warner B. Banga & Piet de Haan

Onzinnige containerruil

Iets wordt pas afval als je het weggooit. Dan doen we in mijn ogen al veel te snel en veel te vaak. Het stoort mij dan ook enorm dat de gemeente Noardeast-Fryslân van plan is om nieuwe containers aan te schaffen ter waarde van 1,5 miljoen euro. En dat terwijl de oude zo nog twintig jaar meekunnen. De reden?  “Om volledig te kunnen harmoniseren en optimaliseren zijn nieuwe containers noodzakelijk”, vindt de gemeente. Als fractie Actief Links Lokaal zien we veel liever dat de gemeente zich inzet om de afvalstoffenheffing juist fors naar beneden te krijgen!

Drie voorstellen
De gemeente Noardeast-Fryslân kan wat de fractie van Actief Links Lokaal veel slimmer omgaan met het (groen)afval in de gemeente. Daarom kwam de fractie met drie voorstellen richting het college die bijna alle inwoners van de gemeente aangaan. Een oplossing voor het groenafval in de binnenstad van Dokkum, het plaatsen van bladbakken in de voormalige gemeenten Ferwerderadiel en Kollumerland c.a. ook invoeren en ’s winters minder vaak het groenafval ophalen. Dat levert direct een kostenbesparing op die terug kan worden gegeven aan de inwoners van onze gemeente.

Andersom redeneren
Wat onze fractie betreft moet de gemeente nu echt eens andersom gaan redeneren. Omdat de inwoners van de gemeente toch wel verplicht zijn om te betalen, worden de budgetten voor afvalstoffenheffing altijd volledig door de gemeente gebruikt. En dat is helemaal niet nodig. Juist nu is een verlaging van de afvalstoffenheffing erg welkom voor veel inwoners van de gemeente. Schaf geen onnodig nieuwe containers aan, zamel het groenafval minder vaak in en accepteer dat er op dit moment nog verschillen zijn in de manier waarop het afval in de gemeenten wordt ingezameld.
Daar hebben de inwoners van onze gemeente veel meer aan dan aan termen als “harmoniseren en optimaliseren”.

Kootje Klinkenberg
Actief Links Lokaal

JE MUTTE MAR HOARE WY ’T SEIT: DE A FAN TAALBELEID

De raad fan Noardoast het un nij taalbeleid annommen en faststeld tot an 2026. Ut war gyn sware befalling, mar wij binne der su bliid met as jonge faders en moekes binne met de earste stapkes en woardsjes fan hur kynders. “Mei elkoar foarút mei it Frysk” staat op de foarkant en at je wete dat oans gemeente ut Dokkumer Stadsfrys dêr òk bij rekent, dan kinne je as “Ut Genoatskap foar ut gebrúk fan ut Dokkumers” allenug mar foldaan en gelukkug weze. Feral toen wij op bladside 6 fan ut stuk òk nog leze konnen dat kontakttalen as ut Dokkumers behoare tot oans kultuerhistoaryske erfgoëd en fan groat belang binne foar de wetenskap en ut bestudearen fan oanze geskiedenis in de toekomst.

Ut Stads het ut swaar en oans gemeente het dat gelukkug in de gaten. Moai dat ut Dokkumers der in opnommen is. Ut is un earste stapke. De Friese nationalisten in de raad wúden der nòg wel un skepke bovenop doën, deur alle plaatsnamen in oans gemeente foartaan in ut Fries te skriven en te noemen. Wij fan “Ut Genoatskap” fine dat prima! Foar Dokkum maakt dat nyt út. Ok al sette je ut op de kop of achterstefoaren, ut is en blyft Dokkum: der is nameluk mar ien Dokkum! Ut lykt oans trouwes wel moai om meteen òk mar alle straatnamen in Dokkum in ut Dokkumers over te setten. Groate Breedstraat, Súderbolwerk of Wuttelhaven: moai toch?

Ondertussen probeare wij de spreektaal dy ’t ut Dokkumers is su feul moogluk te brúken en fast te lêgen nou ’t ut nòg kin. Dat doën we doar ut samenstellen fan un (earst digitaal) Dokkumer Woardeboek. Ondertussen is de A fan de selfstânnuge naamwoarden (dat binne woarden foar mênsen, dieren en dingen) fan ut Dokkumer Woardeboek klaar. Der komme fanself òk nog werkwoarden met un A (en dêrna nòg un heleboël andere letters): werkwoarden as anpakke, afmake en anmelde sille dêr òk wel bijsitte…

We kinne dus bêst nòg wat metkikers en metlezers bruke, dy’t bij disse megaklus helpe wille. Dou must su nou en dan inlogge (krijst un inlognaam en wachtwoard) en dan un paar pòlltsjes anfinke. Ut gaat om fragen as: hoe seistou dat in ut Dokkumers? Is ut nou taalbeliëd of taalbeleid?

Anmelde kin op oans side www.dokkumers.nl fia ut KONTAKTFORMULIER. Doën! Ut Dokkumers is te moai om ferloaren te late gaan.

Artisante an de Syl: De swarte winkel, sigarenmagazijn I.A. Berghuis (1919 – 1951)

ARTISANTE  AN  DE  SYL  (8)
door Warner B. Banga & Piet de Haan

De grutterszoon Igle Albert Berghuis werd geboren op 15 juli 1888 als zoon van Albert Piers Berghuis en Froukje Jaarsma. Zijn ouders hadden een mosterdmaalderij in de Hoogstraat, waar nu de HEMA is. Aan de overkant, op de Hoogstraat C15 (nu pand Kooistra), begon zoon Igle in 1911 een sigarenzaakje. In mei van dat jaar was hij getrouwd met de molenaarsdochter Renske van der Heide uit Metslawier. De kozijnen van zijn winkel schilderde hij zwart om meer aandacht op het pand te vestigen. De zaken gingen goed en het echtpaar werd gezegend met drie kinderen: zoon Albert (1913) en twee dochters Atty (1918) en Froukje (1922). Naast zijn winkel begon Igle een groothandel in tabakswaren; vooral sigaren en sigaretten. Dokkum was in die periode met een sterk groeiende middenstand en vele grosssierderijen de ‘Koopstad van het Noorden’. Er waren in de stad ook verschillende sigarenmakerijen, onder andere aan het Zuiderbolwerk en in de Strobossersteeg.

Op 23 januari 1919 kon Igle het hoekpand aan de Diepswal B-65 (nu nummer 1) kopen van de dames Van Erp: een ideale plek voor een winkel in rokerswaren. Het hoekpand aan de Zijl werd zo een ‘Sigarenmagazijn’, waar menig Dokkumer zijn ‘rokertje’ haalde om daarna even bij de brugleuning van de Syl een pijpje of sigaartje op te steken. Aan oude foto’s en ansichtkaarten te zien, schilderde Igle Berghuis aan de Diepswal de kozijnen opnieuw zwart. Zijn winkel was zeven dagen per week open, tot ’s avonds laat. Zelfs op zondagmorgen ging hij open, want dan gingen de rooms-katholieke gebroeders Bary uit rijden en kwamen ze eerst langs om sigaren te kopen. 

Beneden was de winkel en bij het trapje omhoog was ‘it keamerke’, waar iedereen overdag zat, want dan kon moeder Renske de klanten helpen. Op de zolderverdieping was het magazijn. Daar stonden alle tabakswaren opgeslagen en uitgestald. Met behulp van een katrol werd grote pakken tabak en rokerswaren via de hoekerker omhoog getakeld om op zolder verpakt te worden in kleine hoeveelheden en dan ging het via de steile trappen weer naar beneden en werd het ‘útsutele’ in de dorpen rondom Dokkum. Vader Igle was dan hele dagen op de fiets op pad om klanten te werven; hij maakte ‘routes’ door Oost- en Westdongeradeel, de Wâlden, het Bildt en steeds verder tot aan Midden-Fryslân toe. Zo bouwde hij zijn grossierderij tussen 1919 en 1949 steeds verder uit. Hij was soms met Fedde Sonnema (van de Berenburg) op reis, dan combineerden Dokkumer kooplui hun ritten en dan bezochten ze alle dorpscafés, -winkels en alles wat ze tegenkwamen en probeerden daar hun spullen te verkopen. Dan kwamen ze met gevulde orderboekjes weer thuis en werden de bestellingen klaargemaakt en verpakt. Op woensdagmiddag en zaterdagmorgen werd alles naar de ‘karriders’ op de Markt of bij de Burgerschool gebracht en die bezorgden het weer bij de klanten. 

Vlak voor de oorlog raakte Igle Berghuis overspannen en moest hij een half jaar kuren bij Hofker op Ameland. De zaak werd door een invaller voortgezet. Het sigarenmagazijn bleef de gehele oorlogsperiode geopend, maar werd waarschijnlijk verhuurd. In de oorlog was de Zijl natuurlijk een centrale plek in Dokkum, waar in mei 1945 uitbundig de bevrijding werd gevierd. Igle Berhuis verhuurde het hoekpand rond 1951 aan Louw van Sinderen & Co uit Holwerd en na 1954 aan Wopke Postuma uit Dokkum die er na de ‘zwarte winkel’ een ‘Rode Winkel’ vestigde. 

 

Bijschrift foto: Het zwart geschilderde Sigarenmagazijn van Igle Albert Berghuis (inzet) en advertenties uit 1921 en 1932 voor rookwaar en Russische sigaretten.

 

Artisante an den Syl: dames-modemagazijn van Erp (1905-1919)

Je zou het niet zeggen, maar waar je nu een Dokkumer biertje drinkt of een smakelijke tosti verorbert, werd ooit dameskleding –vooral met bont – genaaid en gepast. In 1854 opende de uit Leeuwarden afkomstige kleermaker Dirk Hugo van Erp een peltwerkerij en dames-kledermakerij in de Nauwstraat. In een peltwerkerij werd bont bewerkt tot kledingstukken. Naast op maat gemaakte dameskleding was deze ambachtsman een specialist op het gebied van marter- en vossenbont ‘naar den nieuwsten smaak bewerkt’. Bovendien bood men in Dokkum jaarlijks de allernieuwste modellen dameshoeden aan, waarvoor dan een ‘expositie’ voor de vaste clientèle werd georganiseerd.

Op 6 maart 1902 overleed peltmaker Dirk Hugo op 69-jarige leeftijd en zijn twee oudste dochters Geertruida en Maria, die de kleermakerij toen al hadden overgenomen, besloten hun winkel te verplaatsen naar de hoek van de Diepswal en de Hoogstraat. Met die verhuizing maakten ze bovendien plaats voor hun jongere broer Dirk Hendricus IJvo, die in de voormalige winkel van zijn vader een banket- en suikerwarenwinkel begon. Tevens bood hij daarbij ‘tegen scherp concurrerende prijzen’ zijn diensten als huis- en reclameschilder aan.

In 1905 kochten Geertruida en Maria van Erp voor f 7000 het hoekhuis van Gosewinus  Heeringa en dienden bij de gemeente Dokkum een bouwaanvraag in voor een ingrijpende verbouwing en modernisering van het winkelpand, dat tevens werd verhoogd. Dat werk lieten zij uitvoeren door timmerman Sjabbe Erich, die onder andere de dakkapel verfraaide met een gemetseld bovenstuk. Daarbij maakte het puntdak plaats voor een plat dak met dakpannen aan de voor- en zijkant.

In augustus 1906 begonnen de costumières hun Dames-Modemagazijn aan de Diepswal. Hoogstwaarschijnlijk om hun vader Dirk Hugo te eren stond er in mooie, decoratieve, door broer Dirk geschilderde letters D.H. van Erp op de daklijst en Firma D.H. van Erp op het glas boven de winkeldeur. De jaarlijkse exposities met modelhoeden werden ook op de nieuwe locatie weer opgevoerd en tevens verkocht men ‘blouses, costume- en tusschenrokken, ceintuurs en voiles’. De pelterij en verkoop van bont werd ondanks het overlijden van vader voortgezet; blijkbaar had hij zijn kennis over de bontverwerking kunnen overdragen op zijn kinderen ‘daar dit artikel vakkennis en vertrouwen eischt’. Ook voor motbestrijding kon men bij de firma Van Erp terecht.

De dames Van Erp hadden twee zaken; zij bezaten ook het pand [C21] schuin aan de overkant naast het Dokkumer stadhuis. Desondanks gingen de zaken niet helemaal naar wens en moesten de zusters Van Erp enkele leningen afsluiten om het hoofd boven water te houden. In 1911 werd zelfs een royement uitgesproken en in 1915 verkochten ze hun winkelpand in de Hoogstraat-west aan Bauke Wijbrens Mellema, die in 1931 ook het Artisante-pand [B66] [nu Hoogstraat 2] van buurman kleermaker Elle Ellens zou kopen. Het dames-modemagazijn zou tot 1919 blijven bestaan. Geertruida en Maria Van Erp verkochten toen hun hoekpand aan Igle Berghuis en vertrokken in 1921 naar Nijmegen.

FOTOBIJSCHRIFT:
Trude en Maria van Erp, waarschijnlijk gefotografeerd in de fotostudio van de gebroeders Heeringa.