Korenmolen De Hoop in Dokkum 170 jaar


Korenmolen De Hoop viert vandaag, 1 augustus 2019 zijn 170-ste verjaardag. Hoewel deze hoogbejaarde wiekendrager allang met pensioen is, draaien zijn wieken nog regelmatig hun rondjes dankzij een groepje vrijwillige molenaars.De vrijwillige molenaars van korenmolen De Hoop: v.l.n.r. Warner B. Banga, Wietze Dijkstra, Hilko Hofstra en Sikko Hoekstra. Jan Holtkamp ontbreekt. (FOTO Marit Anker). Een terugblik op 170 jaar leven-van-de-wind:

Molenstad Dokkum
Dokkum is een echte molenstad. Tegenwoordig vormen de twee nog regelmatig draaiende windmolens op de bolwerken een uniek en prachtig plaatje, maar ooit was er een tijd dat wel vijf stoere wiekendragers op de dwingers het aanzicht van het stadje bepaalden. Dat waren kleinere, houten molens, zogenaamde standerdmolens. Ze werden in de loop van de tijd vervangen door grotere en efficiëntere stellingmolens. In 1842 ging de Hanspoortstermolen in vlammen op en had Dokkum voor de voedselvoorziening nog maar één koren- en pelmolen meer: de Driepijpstermolen op de hoek van de Vleesmarkt en het Baantjebolwerk. Die moest alle bakkers en particulieren van meel voorzien.

Achtkante houten stellingmolen
De meer dan honderd jaar oude standerdmolen De Groote Molen op de dwinger aan het Zuiderbolwerk was namelijk vanwege zijn bouwvallige staat al in 1838 afgebroken. Door protesten van (invloedrijke) omwonenden – bang voor een nieuwe molenbrand – werd de herbouw van een korenmolen bij de Hanspoort tegengehouden, waarna de Raad van de stad Dokkum in het voorjaar van 1849 toestemming gaf aan molenbouwer Gerrit Pieters de Boer om op de Zuiderdwinger een achtkante, houten stellingmolen te bouwen met een stelling op ruim zeven meter hoogte met een gevlucht van 20 voet (= 22,75 meter) en daarmee één van de grootste molen in de Dongeradelen. De molen werd voorzien van twee koppels maalstenen en liefs drie koppels pelstenen voor het pellen van gerst tot gort voor de toen veel gegeten gortepap: sûpengroattenbrij. Geheel in de geest van die tijd kreeg de molen de optimistische naam De Hoop.

Deze stellingmolen is vooral uniek door het geheel houten onderstuk en de lange, houten hoekstijlen van het achtkant, waarvan niet heel veel molens zijn voorzien. Om bij harde wind de torsie of spanning in het achtkant op te vangen, werden in de velden op de bovenste zolders van dubbele veldkruisen aangebracht. Eind juli 1849 adverteerde de trotse molenaar De Boer dat zijn nieuw gebouwde rog- en pelmolen bijna klaar was en per 1 augustus ‘geheel zal zijn voltooid en [hij en zijn compagnons zich] van af dien datum zich vriendelijk aan belanghebbenden in de gunst houden aanbevolen’.

Lange reeks van molenaars
Toch zou Gerrit de Boer niet lang van zijn nieuwe molen genieten, want hij overleed plotseling in juli 1855. Zijn weduwe moest de molen verkopen, waarna Jan Gerrits Boerma en zijn vrouw uit Enumatil tot 1879 de eigenaars waren. Zij zijn de eersten in een lange reeks molenaars en eigenaars die in de loop van 170 jaar gebruik maakten van de trouwe diensten van deze fraaie windmolen: Tjerk Rienks Dijkstra, Harm Kwint, Ale Eelkes Sipma, Jan Alles van der Werff, Pieter Hendrik en Roelof Hazenberg, Hermanus en Jan Kiestra, Wierd Doekes Kloosterman, Pieter Harkes Banga en Edo, Popke Kor en Wijnand Broekema. Hun namen zijn wel uit de kadasterboeken en belastingdocumenten overgeleverd, maar nog veel, veel meer molenaarsknechten en dienstmeiden dienden en werkten op De Hoop. Hun ingekraste namen vinden we soms met enige moeite terug onder het stof op de oude houten balken van de molen. In de gloriedagen van deze windmolen werden er drie- tot vierhonderd zakken meel per week gemalen. Molenaars hielden dan om vijf uur ’s middags niet op: als het waaide, draaiden de wieken!

Tegenwoordig houdt een groep vrijwillige molenaars de korenmolen op vooral zaterdagmiddagen draaiende: Jan Holtkamp, Warner B. Banga, Hilko Hofstra, Wietze Dijkstra en Sikko Hoekstra zullen u, als de wieken ronddraaien en de molen dus open is, graag rondleiden en bijpraten over deze hoogbejaarde korenmolen.

Op naar de 200!
Als je zo oud bent, heb je al heel wat meegemaakt. De Hoop overleefde de wereldoorlogen en de verwoestende industriële revolutie, waarin menig windmolen de strijd verloor van de elektriciteit. Toch was de molen ook enkele keren op sterven na dood, zoals in maart 1939 toen een zware storm met rukwinden over ons land raasde en de kap een halve slag gedraaid werd, waarna de molen door dichtslaande zelfzwichtingskleppen op hol sloeg. Toen de storm even luwde en molenaar Broekema ‘den wedloop van de wieken stuitte, […] was de 90-jarige reddeloos kapot’. Alle hout- en latwerk was van de wieken geslagen en de daaropvolgende oorlogsjaren moest de gehandicapte molen met twee met ijzeren platen opgekalefaterde wieken draaien. De pelwerken werden in de loop der jaren uit de molen gesloopt en na diverse restauraties is de inrichting niet meer geheel authentiek.

In 1949, toen De Hoop 100 jaar werd, is de molen voor de eerste keer gerestaureerd. In het artikel ‘Dokkum heeft een honderdjarige’ vroeg de molen zich aan het begin van datzelfde jaar echter nog af: ‘Hoe lang sta ik hier nog?’ en klaagde: ‘Maar mijn baas! Ook hij praat over electrisch, over een motor en meer van die woorden, die in 1849 bij mijn geboorte onbekend waren.’ En aan het eind: ‘Ik hoop dat eigenaar en bewonderaars van het stadsschoon over mij zullen waken. Ik heb nog hoop, dat ben ik aan mijn naam verschuldigd. Dus… op naar de 200!’

Gelukkig zijn wij ons heel erg bewust hoeveel schoonheid de molens op de Dokkumer bolwerken toevoegen aan het beschermde stadsgezicht en is de bewaking daarvan en van de authenticiteit van die windmolens in goede handen bij de huidige eigenaar, de stichting Monumentenbehoud Dongeradeel. Hoe dat in de nieuwe gemeente Noardeast-Fryslân wordt voortgezet en daaraan gestalte wordt gegeven is nog onduidelijk. Monumenten- en moleneigenaars zijn met elkaar en de nieuwe gemeente in overleg, maar de windmolens van Noordoost-Fryslân zal men moeten blijven koesteren. Wat korenmolen De Hoop betreft, sluiten we bij hemzelf aan: op naar de 200!

Tekst: Warner B. Banga 

Deel dit bericht:

Uitspraak rechter biedt ook kansen voor Dokkum


De uitspraak die de Raad van State vorige week deed over het weren van detailhandel buiten het centrum van de gemeente Appingedam biedt ook kansen voor Dokkum. De bestuursrechter stelde het belang vitale binnensteden en -kernen boven het mededingingsbeginsel uit de Europese ‘Dienstenrichtlijn’ van oud-eurocommissaris Bolkestein, dat als een donkere wolk boven het Nederlandse winkelconcentratiebeleid hing. De gemeente Appingedam mag daardoor reguliere detailhandel definitief weren op het Woonplein buiten het centrum. Voor Dokkum – dat net als Appingedam in krimpgebied ligt – biedt deze uitspraak volop kansen om de detailhandel in de historische binnenstad te kunnen behouden.

Relatie Zuiderschans en binnenstad
Het Woonplein, aan de rand van Appingedam, is een winkelgebied waar enkel omvangrijke detailhandel (meubelzaken, keukenwinkels en bouwmarkten) zich mag vestigen en reguliere detailhandel juist niet. De situatie in Groningen is daarmee vergelijkbaar met de Zuiderschans in Dokkum.
In de uitspraak van vorige week oordeelt de Raad van State dat de gemeente aannemelijk heeft gemaakt dat de brancheringsregels die de gemeenteraad zes jaar geleden opstelde effectief zijn voor de situatie in Appingedam, en niet verder gaan dan nodig is om te voorkomen dat het stadscentrum minder leefbaar wordt door toenemende leegstand. De uitspraak is richtinggevend voor Nederlandse rechters en betekent daarmee een opsteker voor het compacte binnenstadbeleid, juist ook in Dokkum. Het is mogelijk om dit soort brancheringsregels in een bestemmingplan op te nemen en daardoor mogelijk voorkomen worden dat er onnodige winkelleegstand optreedt in het centrum.

Naar de binnenstad
In de concept-detailhandelsvisie wordt overigens al net als in de binnenstadsvisie de nadruk gelegd op winkels in de historische binnenstad van Dokkum. “Alleen in de binnenstad van Dokkum worden actief nieuwe ontwikkelingen gestimuleerd’, zo schrijven de beleidsmakers ook nu. “Voor de overige winkellocaties is het beleid gericht op het behoud van de huidige functie”. Als het dan bijvoorbeeld om een Action gaat die nu buiten de binnenstad gevestigd is, houdt de gemeente zich bezig met actief stimuleren. “Verplaatsing van winkels naar een van de winkelgebieden wordt optimaal gefaciliteerd”, zo is in het beleid te lezen. Deze maatregelen moeten voorkomen dat er onnodige winkelleegstand optreedt in het centrum. De adviseurs uit Nijmegen vinden hierbij de rol van supermarkten cruciaal. Daarvoor is in de binnenstad geen ruimte. “De Noorderlijke stadsentree kan een brug slaan tussen de positie van de stad als aantrekkelijke boodschappenlocatie en het imago/de ambitie van de binnenstad als attractieve locatie om te shoppen”, zo denken de adviseurs. “Door sloop van het Panwurk en een aantrekkelijke verbinding met de omwalling kan de kracht van Dokkum verder benut worden.”

E-bike
Om de beleving voor toeristen in de binnenstad te verhogen zet het college van B&W de komende jaren in op het versterken van het fietsbeleid. De e-bike kan in de stad meer mogelijkheden bieden. Fietspaden moeten daarvoor wel aangepast worden en er moeten speciale ‘parkeerplekken’ voor deze elektrische fietsen komen. Een e-bike biedt niet alleen een oplossing voor het parkeerprobleem in de stad, het is ook nog eens een goed alternatief voor woon-werkverkeer. “Het is een ontwikkeling waar de gemeente op in wil spelen”, schrijft het college van B&W in de perspectiefnota voor de komende drie jaar.  “De supermarkten in de binnenstad zijn inmiddels verdwenen, maar het verbinden van de Jumbo door middel van een brug naar het centrum biedt extra overlevingskansen voor de binnenstad”, zo schreef het college eerder. De uitspraak van de rechter, de detailhandelsvisie en het complete aanbod aan activiteiten in de binnenstad van Dokkum kunnen zo wel weer eens voor een boost zorgen voor de bestaande winkeliers in de historische binnenstad van Dokkum.

Deel dit bericht:

Hitte zorgt voor pret en uitverkochte winkels


De tropische temperaturen die ook Dokkum bereikten, zorgden voor waterpret, uitverkochte winkels en overnachtingen in de tuin. Bij de elektronicawinkels in de stad was aan het eind van de middag geen airco of ventilator meer te krijgen. Tegelijk waren de Bolwerken een aangename plek om even af te koelen en werden de grachten volop benut om even af te koelen. Code oranje in Dokkum zorgde overigens niet voor grote calamiteiten in de stad. Warm was het wel. In de nacht van donderdag op vrijdag gaf de thermometer nog een temperatuur van 28 graden aan.

Marianne Feitsma van Expert Dokkum zag de run op ventilatoren en airco’s aankomen. “Gelukkig waren we goed voorbereid en hadden we genoeg airco’s en ventilatoren staan. We zijn vandaag helemaal leeg verkocht, de laatste airco letterlijk om 5 voor 6. Morgen komen er weer voldoende ventilatoren en hopelijk ook weer airco’s binnen”, aldus Feitsma. Ook bij Electroworld Talsma aan de Zuiderschans was dit het beeld. “Als er nu een klant binnenkomt, dan weet ik waar hij of zij voor komt”, aldus een van de medewerkers. Bij Talsma waren de airco’s ook allemaal verkocht. “We hopen dat ze weer binnenkomen”, aldus het bedrijf.

Donderdag 26 juli was een extreem warme dag met maxima van 40 graden Celsius in vijf verschillende provincies. De temperatuur zakt ook ‘s nachts waarschijnlijk niet verder dan 22 graden. In de Brabantse gemeente Gilze en Rijen gaf de thermometer om 15.00 uur maar liefst 40,7 graden weer. Sinds het begin van de metingen was het nooit eerder zo heet in Nederland. In totaal kwamen acht meetpunten boven de 40 graden uit. Meteorologen spraken van een historische dag. Ook in de buurlanden België (40,7) , Duitsland (41,6) en Frankrijk (42,6) werden recordtemperaturen gemeten.

 

 

Deel dit bericht:

Zomergasten: drie vriendinnen op vakantie

Wat vinden toeristen van Dokkum en waarom hebben ze juist deze stad uitgekozen om hun vakantie door te brengen? De redactie van In-Dokkum.nl zoekt ze deze zomer op langs de waterkant, op de camping of in de winkelstraten van Dokkum. In de vierde editie van onze rubriek Zomergasten: de vriendinnen Anne Margreet, Geeske en Joanne, uit Amersfoort.

Op de Markt zitten drie zomers geklede dames, het zijn Anne Margreet, Geeske en Joanne; drie vriendinnen uit Amersfoort. Ze zijn druk met elkaar in gesprek en genieten nog even na van hun korte vakantie op één van de waddeneilanden…

Eerste vakantie zonder ouders
De vriendinnen, alle drie zeventien jaar, komen net terug van een midweek Ameland. Ze kwamen maandag aan op het eiland en hebben vanochtend weer de boot naar Holwerd genomen. Ze zijn alle drie voor het eerst zonder ouders op vakantie en hebben het reuze naar hun zin gehad. “Het was onze eerste keer op Ameland, we vonden het super mooi en hebben ons goed vermaakt!”, aldus één van de vriendinnen. Tijdens hun mini-vakantie op Ameland sliepen ze in een huisje wat ze gehuurd hadden.

Dagje Dokkum
Na hun mini-vakantie op Ameland besloten ze er nog een dagje Dokkum aan vast te plakken, waar ze alle drie nog niet eerder waren geweest. Ze hebben al gewinkeld, door de mooie straatjes buiten het centrum geslenterd en rusten nu even uit op de Markt. “Lekker rustig”, zeggen ze. “Even bijkomen van de zware vakantie”, grapt één van de meiden… Straks willen ze nog een ijsje halen en we tippen ze op ZUCO.

Examenuitslag
De meiden hebben onlangs examen gedaan van de middelbare school en op dit moment zijn ze nog in afwachting van de uitslag. “Reuze spannend! Maar stiekem hebben we alle drie wel de hoop dat we geslaagd zijn, dus de vakantie op Ameland, inclusief het dagje Dokkum, was een leuke afsluiter van ons examenjaar”, zegt één van de drie. We sluiten het gesprek af en wijzen de dames de weg naar de kleine zuivelfabriek.

Deel dit bericht:

Ondertussen bij: Betty van der Wal


In de rubriek ‘Ondertussen bij’ nemen we een kijkje bij bedrijven in Dokkum of Dokkumer ondernemers. Soms hebben ze nieuws, soms openen ze deuren die anders gesloten blijven en af en toe vertellen ze een verhaal dat bij het ‘grote publiek’ niet bekend is. In deze editie nemen we een kijkje bij café/cafetaria De Lantaarn.

Al jaren is café De Lantaarn, aan de Allert Jacob van der Poortstraat, een begrip in Dokkum. De Lantaarn was vroeger eigendom van Jippe Visser, die het op zijn beurt weer overnam van Boele Terpstra. Maar sinds 2000 is het zowel het café als de cafetaria in handen van Betty van der Wal, die een paar weken geleden nog haar tweede cafetaria heropende, nadat het een flinke verbouwing onderging.

Hoe het is begonnen…
“Het idee om eigen ondernemer te worden, is er eigenlijk altijd al geweest. Als jong meisje riep ik al dat ik later iets voor mijzelf wilde beginnen. Het idee van ‘vrijheid’ en het zelf kunnen indelen van mijn eigen tijd, was iets dat mij erg aantrok. In eerste instantie dacht ik altijd dat het iets in de in de levensmiddelen zou worden, want die richting had ik ook gekozen op de MDS; Middelbare Detailhandel School. Toch ben ik uiteindelijk in een heel andere sector beland, namelijk de horeca. Ik heb na mijn middelbare school, toen ik niet wist wat ik wilde, een cursus gedaan die te maken had met horeca. Na het behalen van die papieren vond ik het zo interessant dat ik daar graag in verder wilde. Ik ben toen langzaam gaan kijken of ik iets kon kopen in Dokkum en zo is De Lantaarn uiteindelijk op mijn pad gekomen. En nu zijn we alweer 19 jaar verder en zit ik hier nog steeds helemaal op mijn plek!”

De kick van het vak
Wat het horeca vak zo leuk maakt, volgens Betty? “De afwisseling qua werkzaamheden en het sociale contact met de mensen. Geen dag is hetzelfde en er gebeurt altijd wel wat! Maar de grootste uitdaging vind ik toch wel de drukke weekendspitsen. Als we met ons team de soms bizarre spitsen, ‘er doorheen weten te slaan’! Soms is het hectisch en hebben we aan twee bezorgers bijna niet genoeg in de spits, maar als alles dan tóch goed verloopt en iedere klant uiteindelijk tevreden weer de deur uitloopt, is dat een kick! Dat geeft voldoening. Vooral als die klanten elke week weer terugkomen, dan doen we het blijkbaar goed. Ik vind bovendien de combinatie café en cafetaria erg leuk, die afwisseling is heel fijn.”

Eén team
Toen Betty op haar 25e begon, stond ze elke dag nog zelf op de werkvloer, maar door de jaren heen is dat veranderd. “Vroeger werkte ik soms denk ik wel zo’n 80 tot 100 uren per week. Maar dat was voordat de kinderen er waren en ik nog jong was”, vertelt ze lachend. Ik was altijd in de Lantaarn te vinden. Ik voelde me erg verantwoordelijk en vond het soms lastig om de zaak ‘los te laten’, ook met vakanties etc. Maar dat is door de jaren heen wel beter geworden, hoor! Ik weet dat ik op mijn personeel kan bouwen en dat de zaak ook gewoon draait als ik er niet ben. Dat geeft veel rust. Ik ben erg blij met ons team, dat inmiddels uit veertien mensen bestaat.”

Een breed publiek
“Het publiek wat hier in De Lantaarn komt, is erg breed. Zo hebben we op vrijdag- en zaterdagavond veel jeugd die hier een feestje komen bouwen. En op zaterdag komen er veel sporters naar ons café, voetballers en korfballers etc., die hier na afloop van de wedstrijd gezellig komen eten en een biertje drinken. Op zondagmiddag hebben we dan nog de vaste ploeg dobbelaars en eigenlijk zit er nog van alles daar tussenin! We hebben veel stamgasten die hier al jaren komen, dat is erg leuk. Ook in de cafetaria zien we gelukkig veel dezelfde gezichten elke week, waardoor we veel klanten bij naam kennen. Dat maakt het ook persoonlijk.”

Onderscheidende kracht
Naast De Lantaarn zijn er nog veel meer cafés en cafetaria’s te vinden in Dokkum. Wat De Lantaarn onderscheidt van de rest? “Ten eerste bieden we de klant graag nét dat beetje extra. Zo krijgen onze klanten flinke porties patat en wanneer ze in het café eten, serveren we dit ook op borden. We zorgen er altijd voor dat er een ‘mooi bultsje’ op de patat zit. Mensen zullen hier niet snel met honger vertrekken. Daarnaast bieden we van vrijdag tot en met zondag een bezorgservice aan tussen 17:00 en 20:00 uur. Verder proberen we regelmatig muziekavondjes te organiseren in ons café, in verschillende soorten genres, zoals metal, rock en DJ-muziek. Kortom: voor ieder wat wils!“ Ook worden er veel jaarlijkse activiteiten georganiseerd in De Lantaarn, zoals de Nieuwjaarsduik en de Kerstbingo; dan zit de kroeg vol en dat is altijd beregezellig! Verder organiseren we op woensdagavond om de week we altijd een pubquiz en hebben we op dinsdagavond nog de darters, die hier tegen elkaar spelen”, aldus Betty.

Bijzondere ervaringen
Na bijna twintig jaar zijn er veel mooie herinneringen die zijn bijgebleven. Eén zo’n ervaring die veel indruk heeft gemaakt op Betty, waren de Admiraliteitsdagen vorig jaar. “Tijdens dit evenement, van donderdag tot en met zondag, mochten we met De Lantaarn alle tappunten in de stad verzorgen, dus op De Zijl, de Markt en de Grote Breedstraat. Met een groep van ongeveer zestig mensen, hebben we dat hele weekend geknald als één groot team. Ik vond het van te voren heel erg spannend, maar achteraf was het één groot succes en een hele belevenis! Alleen maar vrolijke mensen tijdens zo’n weekend en een geweldige sfeer!”, vertelt Betty enthousiast.

Veranderingen door de jaren heen
Ondanks alle leuke dingen, kent het horeca vak soms ook minder leuke kanten. Betty: “Door de jaren heen zijn de controles erg streng geworden. Met name de rook- en alcoholcontroles, die tegenwoordig bijna wekelijks plaatsvinden. Zo hebben we nu een apart rookgedeelte in ons café, maar als die deur ook maar eventjes openstaat, kan dit bijvoorbeeld al een boete opleveren. Dat soort dingetjes zijn jammer. De regels zijn gewoon veel strenger in vergelijking met vroeger, maar soms wordt het er voor mijn gevoel niet per se beter op. Daardoor wordt het papierwerk ook alleen maar meer, terwijl ik die tijd liever zou besteden aan mijn bedrijf.”

Tweede cafetaria
Naast De Lantaarn is Betty ook nog eigenaar van een pand in Damwoude. Dit pand, wat voorheen De Foarwei heette, is kortgeleden grondig verbouwd. “Ik heb dit pand destijds gekocht in 2005 en het is jaren een café met een cafetaria geweest. Ik heb het de laatste jaren verhuurd, maar nu wil ik het zelf weer oppakken. De bestemming van het pand is nu veranderd naar een luxe cafetaria, met een groot eetgedeelte erbij, waar ook gepoold en gelounged kan worden. Daarnaast is er nog een beamer met groot scherm, waar sportliefhebbers naar mooie wedstrijden kunnen kijken. Eigenlijk voor jong en oud dus. ”Het pand heeft aan de binnenkant een complete metamorfose ondergaan en is veranderd van bruincafé naar moderne eetgelegenheid. Vorige week was de officiële opening van De Halte, zoals de cafetaria nu heet.

Dromen
Dromen zijn er altijd en zo ook bij Betty; “Voor de toekomst lijkt het me nog wel eens wat om met een eigen foodtruck op diverse festivals te staan! Of het ooit zover gaat komen weet ik niet, maar dromen mag altijd, toch?” Verder ligt bij Betty de stiekeme wens dat één van haar kinderen haar horecazaken op een dag wil en kan overnemen. Betty: “Het zou natuurlijk het allermooist zijn als het in de familie kan blijven, maar ik zou het ze nooit opdringen. Ik weet ten slotte zelf hoe hard het werken is, en dat is zeker niet altijd gemakkelijk. Vooral in combinatie met een gezin. Maar dat is iets voor later! Ik leef met de dag en hoe de toekomst eruit zal komen te zien, zie ik dan wel weer…”

Deel dit bericht:

Dokkumer Eelke Bakker oudste man van Benelux wordt 109


Eelke Bakker uit Dokkum wordt komende zondag 28 juli 109 jaar. Bakker is sinds 31 mei 2017 de oudste nog levende man van Nederland en sinds 4 augustus 2018 de oudste Fries ooit. Bakker is sinds het overlijden van de 108-jarige in België wonende priester Jacques Clemens – die de Nederlandse nationaliteit had behouden – tevens sinds 7 maart 2018 de oudste nog levende man van de Benelux.

Geboren in Ballum op Ameland
Bakker is geboren in het dorpje Ballum op Ameland. In 1928 verhuisde hij, op 18-jarige leeftijd, naar Anjum, waar hij werk vond bij een boer. Verder werkte Bakker bij Rijkswaterstaat, waar hij meewerkte aan de bouw van de Afsluitdijk. Hij trouwde in Metslawier met Bauktje Sonnema, die in 2007 op 92-jarige leeftijd stierf. Samen kregen ze vier kinderen (drie zonen en een dochter), waarvan een zoon overleed in 2010. Bakker heeft 11 kleinkinderen, 13 achterkleinkinderen en 4 achterachterkleinkinderen. Elk moment (misschien wel op zijn verjaardag) verwacht hij zijn 14e achterkleinkind en later deze zomer zijn 5e achterachterkleinkind. Sinds 1959 woont Bakker met veel plezier in de Friese stad Dokkum, waar hij nog altijd zelfstandig woont.

Genieten van het leven
Voor zijn hoge leeftijd is Bakker nog fit en gezond. Zijn geheim is elke dag genieten van de kleine dingen in het leven en lekker eten bij familie. Bakker houdt erg van grapjes en laat zijn (achter)kleinkinderen regelmatig lachen met grappige rijmpjes van vroeger. Zaterdagmiddag 27 juli gaat Bakker zijn verjaardag vieren bij zijn zoon en schoondochter in Damwoude. Hij kijkt hier al erg naar uit. De familie organiseert ook dit jaar weer een tuinfeest voor hem. Bakker geniet altijd van deze gezellige momenten samen met familie en vrienden waar hijzelf volop in de belangstelling staat.

Deel dit bericht: